Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
- zij heeft aan een aantal stichtingen en personen een bedrag in contanten gelegateerd;
- zij heeft eiseres en gedaagde voor gelijke delen tot haar erfgenaam benoemd;
- de blote eigendom van haar woning heeft zij gelegateerd aan de zoon en dochter van eiseres, onder toekenning van het recht van vruchtgebruik van deze woning aan eiseres en haar echtgenoot, de heer [naam 1] .
- [naam 1] is tot executeur van haar nalatenschap en tot afwikkelingsbewindvoerder benoemd;
- dat zij voor 1 januari 2013 geen tot inbreng gehouden giften heeft gedaan aan haar afstammelingen en hen vrijstelt van inbreng van de giften die vanaf die datum zijn gedaan.
- aan zijn kleinkinderen een bedrag gelegateerd ter grootte van het op moment van zijn overlijden van erfrecht vrijgestelde bedrag;
- eiseres en gedaagde voor gelijke delen benoemd tot zijn erfgenaam, waarbij hij hen heeft verzocht om, voor zover een van hen door giften van de moeder zou zijn overbedeeld, zijn nalatenschap zo te verdelen dat ieder van hen een gelijk aandeel in het vermogen van hun ouders verkrijgt;
- de heer [naam 2] tot zijn executeur benoemd.
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
“pertinent onjuist”.Hij stelt uitdrukkelijk dat uitgangspunt bij het overleg was dat ieder van partijen
“onderaan de streep uit beide nalatenschappen per saldo een gelijk bedrag zou ontvangen conform de wens van vader (die op dat moment nog leefde)”. Verder schrijft hij dat de afspraak over een gelijke verdeling in feite al was gemaakt voordat de inventarisatie van de omvang van de bevoordeling van eiseres was voltooid en ging het bij die inventarisatie alleen nog over het bereiken van overeenstemming over de omvang van de bevoordeling.