ECLI:NL:RBDHA:2026:2059

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL24.46835
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker heeft op 26 november 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 juli 2023. De rechtbank verklaarde het beroep op 3 februari 2025 niet-ontvankelijk. Verzoeker deed verzet tegen deze uitspraak. Op 31 maart 2025 nam verweerder alsnog een besluit op de aanvraag, waarna het verzet op 12 mei 2025 gegrond werd verklaard.

Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder door het late besluit geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet was gekomen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb kennelijk gegrond was.

De proceskosten werden vastgesteld op €467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot betaling van €467 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.46835

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 26 november 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 juli 2023.
Bij uitspraak van 3 februari 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Op 31 maart 2025 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
Bij uitspraak van 12 mei 2025 is het verzet gegrond verklaard.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en alsnog een besluit heeft genomen op deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen, is verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 4 februari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.