ECLI:NL:RBDHA:2026:20599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening visum kort verblijf voor bijwonen huwelijk
Verzoekster diende een visumaanvraag in voor kort verblijf in Nederland om bij goede vrienden te verblijven. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af vanwege onvoldoende bewijs van het doel en twijfel over het vertrek uit Nederland.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de minister zou verplichten binnen een korte termijn op het bezwaar te beslissen, zodat zij tijdig het huwelijk van de zoon van haar vrienden op 18 juli 2026 kon bijwonen.
De voorzieningenrechter erkende enige spoedeisendheid, maar oordeelde dat het bijwonen van het huwelijk van vrienden onvoldoende zwaarwegend was om de minister te dwingen binnen de gevraagde termijn te beslissen. Bovendien kreeg de minister redelijkerwijs twee weken extra om een zorgvuldig besluit te nemen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om binnen een korte termijn op bezwaar te beslissen is afgewezen.