ECLI:NL:RBDHA:2026:20611

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
NL26.23699
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag

Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen. Verzoeker was het niet eens met deze beslissing en heeft daarom een voorlopige voorziening gevraagd en tevens beroep ingesteld.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting. Op de dag van deze uitspraak heeft de rechtbank echter al een inhoudelijke uitspraak gedaan op het ingestelde beroep. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.23699

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. [2] Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zaaknummer NL26.23698.