Eiseres, een professionele vastgoedinvesteerder, vroeg om toepassing van de rode legeskorting voor sociale huurwoningen bij een omgevingsvergunning. Verweerder wees dit af omdat eiseres niet kwalificeert als toegelaten instelling volgens de Woningwet en de Regeling vermindering leges Den Haag 2020.
Eiseres stelde dat zij onterecht werd uitgesloten en dat dit in strijd was met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat eiseres en toegelaten instellingen geen gelijke gevallen zijn vanwege verschillen in rechtsvorm, toezicht en wettelijke voorwaarden.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen of gedragingen van de overheid waren die een redelijk vertrouwen konden wekken. Ook het motiverings- en evenredigheidsbeginsel werden niet geschonden. Wel werd vastgesteld dat de bezwaarprocedure onredelijk lang duurde, waardoor eiseres recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 2.500.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze schadevergoeding en proceskosten van € 233,50, maar verklaarde het beroep verder ongegrond.