ECLI:NL:RBDHA:2026:21005
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico op vervolging
Eiser, een Marokkaanse Riffijn, vroeg asiel aan op grond van politieke activiteiten voor de Parti National Rifain en ondervonden discriminatie. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit onvoldoende aannemelijk maakte en onvoldoende concrete aanwijzingen gaf dat hij door de Marokkaanse autoriteiten wordt gezocht of vervolgd.
De rechtbank oordeelde dat het door eiser overgelegde identiteitsdocument een fantasiedocument is en dat hij onvoldoende pogingen heeft gedaan om een nieuw paspoort te verkrijgen. Daarnaast waren zijn verklaringen over het begin van zijn problemen met de autoriteiten inconsistent en vaag.
Verder kon eiser niet aannemelijk maken dat hij daadwerkelijk wordt gezocht of dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer. Ook de door eiser aangevoerde discriminatie was onvoldoende onderbouwd om bescherming te rechtvaardigen.
Het terugkeerbesluit werd gehandhaafd omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het onterecht was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.