ECLI:NL:RBDHA:2026:21010

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
NL25.59532
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang

Eiser heeft op 1 november 2023 een asielaanvraag ingediend. Nadat verweerder niet tijdig op deze aanvraag had beslist, diende eiser op 13 augustus 2025 een eerste beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft op 31 maart 2026 dit eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen.

Ondanks deze uitspraak heeft eiser op 4 december 2025 een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser procesbelang heeft bij dit tweede beroep. Gezien de eerdere uitspraak op het eerste beroep en het feit dat verweerder inmiddels een besluit moest nemen, concludeert de rechtbank dat het procesbelang ontbreekt.

Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel op 23 juli 2026 en zonder zitting uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59532

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd zou hebben beslist op zijn asielaanvraag van 1 november 2023
1.1
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft op 13 augustus 2025 het eerste beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag ingediend. [2] Op 31 maart 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak op dat beroep gedaan. Het beroep is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen om binnen twee weken een besluit op de aanvraag bekend te maken. (ECLI:NL:RBDHA:2026:7374)
3. Hangende dit beroep heeft eiser op 4 december 2025 nogmaals beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. [3]
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van het onderhavige beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Eiser heeft dit beroep ingesteld terwijl er al een procedure tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag aanhangig was. Nu de rechtbank reeds op het eerste beroep van 13 augustus 2025 heeft beslist, is er geen belang meer bij de beoordeling van het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 23 juli 2026, door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van O. Schep, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.NL25.37953.
3.NL25.59532.