ECLI:NL:RBDHA:2026:21014

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
NL26.35948
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 VwArt. 106 lid 1 VwArt. 5.5 lid 2 Vb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtmatigheid maatregel van vrijheidsontneming in vreemdelingenrecht

Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen de maatregel van vrijheidsontneming die aan hem is opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en vordert tevens een schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en onder meer gekeken naar de eerdere asielaanvraag van eiser in het Verenigd Koninkrijk, welke niet relevant werd geacht voor de bevoegdheid van verweerder om de maatregel op te leggen. Daarnaast is de vraag van een kwetsbaarheidsbeoordeling onderzocht; uit het proces-verbaal bleek dat geen zichtbare psychische of fysieke trauma’s waren vastgesteld en dat er geen aanwijzingen waren voor mensenhandel. Eiser heeft geen concrete feiten aangevoerd die dit tegenspreken.

De rechtbank concludeert dat de maatregel voldoet aan de wettelijke voorwaarden en niet onrechtmatig is. Er zijn geen bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Eiser krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.35948

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. B. Temeltasch),
en

verweerder van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C. van der Hijde).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vrijheidsontneming die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw. [1] Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend. [2]
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vrijheidsontneming is niet onrechtmatig. De maatregel voldoet aan de voorwaarden. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 29 juni 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vrijheidsontneming opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
2.1.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Khabote als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
3. Verweerder kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure. [3] Deze maatregel wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang en wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. [4]
Eerdere asielaanvraag
4. Eiser heeft aangevoerd dat hij eerder asiel heeft aangevraagd in het Verenigd Koninkrijk en deze procedure nog moet afwachten.
4.1.
De rechtbank overweegt dat de door eiser gestelde eerdere asielaanvraag in het Verenigd Koninkrijk niet van belang is voor de beoordeling of verweerder bevoegd was de maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw op te leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Kwetsbaarheidsbeoordeling
5. Eiser voert aan dat onduidelijk is of verweerder een kwetsbaarheidsbeoordeling heeft uitgevoerd. Eiser is drie maanden voor de oplegging van de maatregel van vrijheidsontneming achttien jaar geworden. Daarnaast is hij toen hij elf jaar was zijn land van herkomst ontvlucht en sindsdien aan het reizen. Eiser is als verstekeling aangetroffen en hij vreest te worden gedood door andere mensen. Hoewel in de maatregel standaard wordt verwezen naar indicatoren van kwetsbaarheid, is het niet duidelijk of deze daadwerkelijk zijn onderzocht.
5.1.
In het proces-verbaal van gehoor voorafgaand aan de maatregel van 29 juni 2026 is opgenomen dat er geen zichtbare dan wel merkbare psychische en fysieke trauma’s zijn waargenomen en dat geen indicatoren zijn onderkend die het aannemelijk maken dat eiser het slachtoffer is van mensenhandel. Eiser heeft in dit gehoor of ter zitting ook geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat dit onjuist is. In de gestelde omstandigheden dat eiser net 18 jaar is geworden, sinds zijn elfde op de vlucht is en vreest voor zijn leven, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om een minder dwingende maatregel toe te passen of de detentie als onevenredig bezwarend te beschouwen. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toetsing
6. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. [5]

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep tegen de maatregel van vrijheidsontneming is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Stehouwer, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Het beroep tegen een maatregel van bewaring wordt ook aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.
3.Dit volgt uit artikel 6, derde lid, van de Vw.
4.Dit volgt uit artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
5.Vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.