ECLI:NL:RBDHA:2026:21022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolgberoep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 juni 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. Nadat verweerder een voortgangsrapportage had overgelegd en eiser daarop had gereageerd, heeft de rechtbank besloten het onderzoek ter zitting achterwege te laten en het vooronderzoek op 9 juli 2026 te sluiten.
Eiser heeft op 7 juli 2026 een vervolgberoep ingesteld tegen de maatregel, terwijl er nog geen uitspraak was gedaan op het eerste beroep van 1 juli 2026. Volgens artikel 96, eerste lid, van de Vreemdelingenwet kan een vervolgberoep pas worden ingesteld nadat op het eerste beroep is beslist. Omdat het vervolgberoep prematuur was, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C. Harting in aanwezigheid van griffier M. Stehouwer en is uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het vervolgberoep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.