ECLI:NL:RBDHA:2026:21022

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
NL26.37500
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vervolgberoep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 juni 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. Nadat verweerder een voortgangsrapportage had overgelegd en eiser daarop had gereageerd, heeft de rechtbank besloten het onderzoek ter zitting achterwege te laten en het vooronderzoek op 9 juli 2026 te sluiten.

Eiser heeft op 7 juli 2026 een vervolgberoep ingesteld tegen de maatregel, terwijl er nog geen uitspraak was gedaan op het eerste beroep van 1 juli 2026. Volgens artikel 96, eerste lid, van de Vreemdelingenwet kan een vervolgberoep pas worden ingesteld nadat op het eerste beroep is beslist. Omdat het vervolgberoep prematuur was, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C. Harting in aanwezigheid van griffier M. Stehouwer en is uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het vervolgberoep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.37500

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 3 juni 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het vooronderzoek op 9 juli 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 7 juli 2026 dit vervolgberoep ingesteld. Toen was er echter nog geen uitspraak gedaan op het door eerste beroep van eiser (NL26.36365) van 1 juli 2026. Uit de tekst van artikel 96, eerste lid, van de Vw volgt dat een vervolgberoep pas kan worden ingesteld als op het beroep tegen de bewaring is beslist. Omdat het vervolgberoep eerder is ingediend, zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Conclusie en gevolgen

2. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Stehouwer, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.