ECLI:NL:RBDHA:2026:2105

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
SGR 24/7771
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:51a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn herstel gebreken in bestuursrechtelijke omgevingszaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 16 januari 2026 een tussenuitspraak gedaan waarin zij het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een verlenging van de hersteltermijn toekent. Deze termijnverlenging betreft de gebreken die in een eerdere tussenuitspraak van 23 oktober 2025 zijn vastgesteld in het bestreden besluit.

Het college had binnen de oorspronkelijke termijn een verzoek ingediend om verlenging van de hersteltermijn met acht weken, vanwege de complexiteit en omvang van de herstelwerkzaamheden die intensieve interne en externe afstemming vereisen. De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval is dat een verlenging rechtvaardigt, mede omdat een andere beslissing waarschijnlijk zou leiden tot een minder finale geschilbeslechting.

De rechtbank stelt het college in de gelegenheid om uiterlijk 13 maart 2026 de gebreken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het college tot uiterlijk 13 maart 2026 om de gebreken in het besluit te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7771 T2

tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen

Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., gevestigd te Nijmegen (MOB),

(gemachtigde: mr. V. Wösten),
en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland

(gemachtigde: mr. C.J. Visser).

Procesverloop

In de tussenuitspraak van 23 oktober 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Bij brief van 13 januari 2026 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.

Overwegingen

1. Het college heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
2. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2010 [1] en 21 september 2011 [2] .
3. De reden waarom het college de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat de aard en omvang van de door de rechtbank vastgestelde gebreken met zich brengen dat voor het nemen van een herstelbesluit intensieve interne afstemming noodzakelijk is, alsmede nadere externe afstemming met betrokken deskundigen en adviseurs. Deze afstemming vergt voor het college meer tijd dan aanvankelijk voorzien. Het college verzoekt de rechtbank een termijn van acht weken uitstel te verlenen voor het nemen van het herstelbesluit.
4. Gelet op de aard en omvang van de in de tussenuitspraak gegeven herstelmogelijkheid aan het college en de benodigde interne en externe afstemming, is volgens de rechtbank sprake van een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat elke andere beslissing van de rechtbank - met name de einduitspraak waarbij het college de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen - naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.
5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt het college tot uiterlijk 13 maart 2026 in de gelegenheid de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, voorzitter, en mr. R.H. Smits en mr. A.J. van der Ven, leden, in aanwezigheid van mr. L.F.A. Bouwens-Bos, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.