ECLI:NL:RBDHA:2026:21061
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Frankrijk in asielprocedure
Verzoeker heeft tegen een besluit van 25 juni 2026 beroep ingesteld omdat zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen en hij aan Frankrijk zou worden overgedragen. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om de overdracht op te schorten.
De voorzieningenrechter overwoog dat het primaire verzoek om behandeling alsof verzoeker een verblijfsvergunning heeft te verstrekkend was. Het subsidiaire verzoek om schorsing van het overdrachtsbesluit en opschorting van overdracht aan Frankrijk werd wel toegewezen. De belangen van verzoeker om aanwezig te zijn bij de beroepsbehandeling wegen zwaarder dan het belang van de minister om overdracht te effectueren.
De zitting stond gepland op 4 augustus 2026, maar de beslissing moest binnen een maand na 26 juni 2026 worden genomen volgens de Asiel- en Migratiebeheer verordening. Omdat dit niet haalbaar was, werd zonder zitting beslist. De minister werd veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het overdrachtsbesluit wordt geschorst en verzoeker mag niet aan Frankrijk worden overgedragen totdat op het beroep is beslist.