Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 juni 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.32581), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.J. Paffen en griffier B. Biyikli op 24 juli 2026 te Middelburg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is beslist.