ECLI:NL:RBDHA:2026:21238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de rechtmatigheid van een toegangsweigering en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan eiseres op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelt of deze maatregelen rechtmatig zijn genomen en of eiseres aanspraak kan maken op schadevergoeding.
Bij besluit van 15 juli 2026 werd eiseres de toegang tot Nederland geweigerd op basis van de Schengengrenscode, gevolgd door een vrijheidsontnemende maatregel op 16 juli 2026. Eiseres heeft geen concrete gronden aangevoerd tegen deze besluiten. Tijdens de zitting op 24 juli 2026 is het dossier aangevuld met ontbrekende stukken, waaronder een ondertekende vrijheidsontnemende maatregel en een informatiefolder in het Frans.
De rechtbank concludeert ambtshalve dat de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig zijn en dat het opleggen en voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.