ECLI:NL:RBDHA:2026:21238

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
NL26.40070
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 VwArt. 14 SchengengrenscodeArt. 94 VwArt. 106 VwVerordening (EU) 2016/399
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtmatigheid toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de rechtmatigheid van een toegangsweigering en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan eiseres op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelt of deze maatregelen rechtmatig zijn genomen en of eiseres aanspraak kan maken op schadevergoeding.

Bij besluit van 15 juli 2026 werd eiseres de toegang tot Nederland geweigerd op basis van de Schengengrenscode, gevolgd door een vrijheidsontnemende maatregel op 16 juli 2026. Eiseres heeft geen concrete gronden aangevoerd tegen deze besluiten. Tijdens de zitting op 24 juli 2026 is het dossier aangevuld met ontbrekende stukken, waaronder een ondertekende vrijheidsontnemende maatregel en een informatiefolder in het Frans.

De rechtbank concludeert ambtshalve dat de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig zijn en dat het opleggen en voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.40070

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M. Gavami),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel die aan eiseres is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, in samenhang met het zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de maatregel en de vraag of aan eiseres een schadevergoeding moet worden toegekend. [1]
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is niet onrechtmatig. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 15 juli 2026 (bestreden besluit 1) is aan eiseres op grond van de artikelen 6 en 14 van de Schengengrenscode [2] de toegang tot Nederland geweigerd. Bij afzonderlijk besluit van 16 juli 2026 (bestreden besluit 2) heeft de minister aan eiseres de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
2.1.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep, en wordt geacht mede een beroep tegen de toegangsweigering te omvatten. [3] Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juli 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. B. Snoeij, als waarnemer van haar gemachtigde. Als tolk is verschenen J.M. van der Boom. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek na de inhoudelijke behandeling geschorst, om de gemachtigde van de minister in de gelegenheid te stellen om diezelfde dag vóór het middaguur het digitale dossier aan te vullen met de ontbrekende stukken. De minister heeft de ontbrekende stukken tijdig aan het digitale dossier toegevoegd. Vervolgens is het onderzoek, met toestemming van partijen, zonder nadere zitting gesloten.

Overwegingen

3. Eiseres heeft de Comorese nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1994.
4. De rechtbank heeft op de zitting ambtshalve opgemerkt dat zich in het dossier geen ondertekende vrijheidsontnemende maatregel bevond en dat ook de informatiefolder in de Franse taal ontbrak. Ter zitting heeft de minister verklaard dat deze stukken wel aanwezig zijn. De rechtbank heeft de minister vervolgens – met instemming van partijen – in de gelegenheid gesteld het dossier te completeren.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat met de ontbrekende stukken die zijn toegevoegd aan het digitale dossier de vrijheidsontnemende maatregel rechtsgeldig is ondertekend en dat deze maatregel ook aan eiseres, door middel van een informatiefolder in de Franse taal, is uitgereikt.
5. Eiseres heeft geen gronden aangevoerd tegen de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank is, ambtshalve toetsend, van oordeel dat de toegangsweigering rechtmatig is en ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het opleggen of het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel op enig moment onrechtmatig was. [4]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep tegen bestreden besluit 1 en tegen bestreden besluit 2 is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van B.S. Beens, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 2 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Voetnoten

1.Het beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel wordt ook aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.
2.Verordening (EU) 2016/399.
3.Dit volgt uit artikel 94, tweede lid, van de Vw.
4.Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 en 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647.