ECLI:NL:RBDHA:2026:21240
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep terugkeerbesluit en inreisverbod
Verzoeker, van Chinese nationaliteit, kreeg op 20 maart 2024 een terugkeerbesluit, een inreisverbod van tien jaar en een signaal in het Schengen Informatiesysteem opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het bezwaar tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod werd doorgestuurd naar de rechtbank als beroepschrift. Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in om de behandeling van het beroep in Nederland af te wachten.
Op 5 maart 2026 trok de gemachtigde van verzoeker het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om een proceskostenvergoeding. Tijdens de zitting op 6 maart 2026 werd dit verzoek om proceskostenvergoeding in de beroepsprocedure afgewezen. De voorzieningenrechter in deze voorlopige voorzieningprocedure verwijst naar die mondelinge uitspraak en ziet geen aanleiding om alsnog proceskosten toe te kennen.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af en oordeelt dat ook geen vergoeding van griffierecht gerechtvaardigd is. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.F.A.M. Smeets en griffier M.A. Hollander en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen na intrekking van het beroep en de voorlopige voorziening.