ECLI:NL:RBDHA:2026:21242
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en inreisverbod wegens ongeloofwaardige identiteit en asielrelaas
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 25 september 2025 een asielaanvraag in, die door de minister op 11 oktober 2025 kennelijk ongegrond werd verklaard. Eerder was aan eiser een terugkeerbesluit met vertrektermijn opgelegd en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser voerde aan dat hij in Marokko werd bedreigd en mishandeld door een politieke partij vanwege zijn stemgedrag en dat hij vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat de minister de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig achtte, maar het asielrelaas en de identiteit niet. Eiser stelde dat verschillen in zijn voornaam in Duitsland het gevolg waren van een systeemfout, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van verschillende aliassen de geloofwaardigheid ondermijnt.
Eiser herhaalde eerder aangevoerde bezwaren, maar de rechtbank stelde vast dat de minister hier gemotiveerd op had gereageerd. Omdat eiser niet aannemelijk maakte dat het bestreden besluit onjuist was, werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.