ECLI:NL:RBDHA:2026:21246

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
Zaak-/rolnummer: C/09/707632 / KG ZA 26-689
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot nakoming uitbreiding rookkanaal na faillissement huurder

Na Brasa Kijkduin B.V. vordert nakoming van een overeenkomst waarbij De Kijkduinse Retail Ontwikkelingsmaatschappij B.V. (KROM) een uitbreiding van het rookkanaal zou realiseren in het door Na Brasa gehuurde pand. Tijdens de procedure is Na Brasa in staat van faillissement verklaard, hetgeen de vraag oproept of er nog voldoende belang is bij de vordering.

De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat partijen een overeenkomst sloten over de uitbreiding van het rookkanaal, maar stelt vast dat het faillissement de belangen van Na Brasa beïnvloedt. Er is geen aanwijzing dat een doorstart wordt beoogd of mogelijk is, mede doordat de curator het geding niet wenst over te nemen en geen bericht heeft gegeven over een mogelijke doorstart.

Gezien het ontbreken van voldoende belang en het risico van niet gemakkelijk omkeerbare gevolgen bij toewijzing, wijst de voorzieningenrechter de vorderingen van Na Brasa af. Tevens wordt Na Brasa veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen van Na Brasa worden afgewezen wegens gebrek aan belang na faillissement.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter
Zaak-/rolnummer: C/09/707632 / KG ZA 26-689
Vonnis in kort geding van 29 juli 2026
in de zaak van
NA BRASA KIJKDUIN B.V.te Den Haag,
eiseres,
hierna te noemen: Na Brasa,
advocaat: mr. R.M. van der Zwan,
tegen
DE KIJKDUINSE RETAIL ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ B.Vte Amsterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: KROM,
advocaat: mr. D.LA. van Voskuilen.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit:
- de dagvaarding van 24 juni 2026 met producties 1 tot en met 8;
- de aanvullende producties 9 tot en met 11, waaronder het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarbij Na Brasa in staat van faillissement is verklaard.
1.2.
Op 20 juli 2026 vond de mondelinge behandeling van de zaak plaats Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. Mr. Van der Zwan heeft daarbij gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zijn toegevoegd aan het procesdossier.
1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling is op verzoek van de voorzieningenrechter namens Na Brasa een schriftelijke verklaring van de curator aan de rechtbank verstrekt. Deze verklaring komt erop neer dat de curator het geding niet wenst over te nemen, maar geen bezwaar heeft tegen de voorzetting ervan. Namens KROM is nog een akte ingediend met daarin een reactie op de aanvullende producties. Deze stukken maken eveneens deel uit van het procesdossier.
1.4.
In verband met de spoedeisendheid van de beslissing is bepaald dat heden een kop/staart vonnis zal worden gewezen. De motivering van de beslissing volgt zo snel mogelijk, maar vanwege de vakantieperiode niet precies binnen twee weken na heden.
De motivering van de afwijzing van de vorderingen zal in de kern neerkomen op het volgende. De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat partijen zijn overeengekomen dat KROM een uitbreiding van het rookkanaal zou realiseren in het door Na Brasa gehuurde pand, zoals ook de kantonrechter tot uitgangspunt heeft genomen. Nadien is Na Brasa echter in staat van faillissement verklaard. Dat doet de vraag rijzen of er nog voldoende belang is bij de vordering tot nakoming van de verplichting tot de zojuist genoemde uitbreiding en of toewijzing daarvan met niet gemakkelijk omkeerbare gevolgen op zijn plaats is. Dat zou het geval kunnen zijn als aannemelijk is dat een doorstart wordt beoogd. Aan die aannemelijkheid schort het
thansechter. De curator heeft ook niet bericht dat een doorstart mogelijk lijkt en beoogd wordt.

2.De beslissing

De voorzieningenrechter:
2.1.
wijst de vorderingen van Na Brasa af;
2.2.
veroordeelt Na Brasa in de proceskosten van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Na Brasa niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
2.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
3425