ECLI:NL:RBDHA:2026:21249
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening terugkeervisum Suriname wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, met de Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een terugkeervisum om de begrafenis van haar overleden moeder in Suriname bij te wonen en daarna terug te keren naar Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft dit visum geweigerd op 27 juli 2026, waartegen verzoekster bezwaar heeft gemaakt en tevens een voorlopige voorziening heeft gevraagd.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van onverwijlde spoed. Verzoekster stelt dat het spoedeisend belang ligt in het bijwonen van de begrafenis, die op een nader te bepalen datum in 2026 plaatsvindt. De rechter stelt echter vast dat verzoekster zonder terugkeervisum naar Suriname kan reizen en dat het spoedeisend belang voor terugkeer naar Nederland onvoldoende is onderbouwd.
Gelet op het ontbreken van een spoedeisend belang wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in de hoofdzaak niet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een terugkeervisum wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.