ECLI:NL:RBDHA:2026:21257
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ophouding op grond van Wet op de identificatieplicht
Eiser, van Georgische nationaliteit, werd op 16 juli 2026 opgehouden door verbalisanten na een melding van een inbraakalarm in een yogastudio. Eiser kon geen geldig identiteitsbewijs tonen, alleen een verlopen document, waarna de verbalisanten de beschikbare systemen raadpleegden en zagen dat eiser als verwijderbaar stond geregistreerd. Op advies van de vreemdelingenpolitie werd eiser aangehouden op grond van de Wet op de identificatieplicht.
Eiser stelde dat de aanhouding verkapt vreemdelingrechtelijk was omdat deze op advies van de vreemdelingenpolitie plaatsvond, terwijl hij zich met een Georgisch rijbewijs had geïdentificeerd. De rechtbank oordeelde echter dat de aanleiding van de ophouding niet vreemdelingrechtelijk was, maar voortkwam uit algemene politietaken vanwege het inbraakalarm. Het feit dat de verbalisanten na het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs contact opnamen met de vreemdelingenpolitie en op hun advies handelden, maakte de aanhouding niet vreemdelingrechtelijk.
De rechtbank verwierp het beroep en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding is ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een verkapt vreemdelingrechtelijke aanhouding.