Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
gemeen gevaar voor goederen te duchten was, te weten de voorgevel van de
en/of goederen die zich in die tabakszaak en/of die woningen en/of panden
bevonden en/of
was, te weten de in die naburige woningen aanwezige personen en/of personen die
zich in de nabijheid van de [adres 2] bevonden (onder andere
voorbijgangers);
3.De bewijsbeslissing
ontploffingkwam, terwijl daarvan:
gemeen gevaar voor goederen te duchten was, te weten de voorgevel van de
en goederen die zich in die tabakszaak en die woningen en panden
bevonden en
was, te weten de in die naburige woningen aanwezige personen en personen die
zich in de nabijheid van de [adres 2] bevonden (onder andere
voorbijgangers);
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
Het slachtoffer was alleen, en de groep die hem belaagde was met meer dan vijf jongens. Het slachtoffer werd die dag, ook voordat de verdachte betrokken raakte, al belaagd en geslagen en heeft nog steeds last van wat hem die dag is aangedaan. De verdachte heeft zich door de groep om hem heen gewillig laten ophitsen in plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen handelen. Dat mag de verdachte zich aanrekenen. Een dergelijk feit is niet alleen ernstig voor het slachtoffer dat vaak nog enige tijd kampt met de (fysieke of psychische) gevolgen, het brengt ook gevoelens van onveiligheid en onrust teweeg in de omgeving dan wel maatschappij.
7.De vordering van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
De vordering ziet op € 1.914,80 aan materiële schade en € 5.000,-- aan immateriële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9. De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
125 (HONDERDVIJFENTWINTIG) DAGEN;
99 (NEGENENNEGENTIG) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
2 (TWEE) jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
50 UREN;
25 DAGEN;