ECLI:NL:RBDHA:2026:21261
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering asielverblijfsvergunning wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, van Iraakse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening die de overdracht aan Duitsland zou verbieden totdat op het beroep was beslist. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en stelde vast dat eiser geen gronden van het beroep had vermeld in het beroepschrift.
De rechtbank gaf eiser meerdere kansen om dit verzuim te herstellen, maar deze werden niet benut. Er was geen verschoonbare reden voor het niet tijdig indienen van de beroepsgronden. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielverblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.