Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het incident tot tussenkomst, althans voeging
3.De feiten
4.Het geschil
primairde Staat te gebieden de tweede gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden en de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden;
subsidiairde Staat te gebieden de tweede gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden, de inschrijving van Lasaulec uit te sluiten vanwege de ongeldigheid ervan en de opdracht aan Magema te gunnen, dan wel een nieuwe gunningsbeslissing te nemen;
meer subsidiairde Staat te gebieden de tweede gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden, op grond van artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid te verstrekken, op grond van artikel 194 en Pro/of 195 Rv afschrift te verstrekken van informatie, documenten en/of gegevens omtrent de totstandkoming van de score op het gunningscriterium ‘prijs’ van de inschrijving van Magema en Magema vervolgens een termijn te geven om haar juridische positie te bepalen en om haar standpunten en vorderingen aan te passen;
nog meer subsidiairde Staat te gebieden de tweede gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden, de inschrijving van Magema opnieuw te beoordelen op alle kwalitatieve gunningscriteria door beoordelaars die voldoen aan de in de aanbestedingsstukken vermelde instructies en die niet betrokken waren bij de eerste of de tweede beoordeling, en de inschrijving van Magema opnieuw te beoordelen op het prijscriterium door een of meer deskundige derden die de inschrijving beoordeelt/beoordelen en controleert/controleren conform het in de aanbestedingsstukken beschreven proces, een nieuwe, deugdelijk gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen en Magema te informeren over de beoordelaars en over het proces en
uiterst subsidiaireen in goede justitie te bepalen maatregel te treffen die recht doet aan de belangen van Magema, een en ander met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
primairde Staat te gebieden de opdracht definitief aan Lasaulec te gunnen en
subsidiairindien de vorderingen van Magema worden toegewezen, ter overbrugging van de periode tot definitieve gunning van de opdracht, de opdracht door Lasaulec te laten uitvoeren. Verkort weergegeven stelt Lasaulec daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en dat zij daarom belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van Magema, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.