ECLI:NL:RBDHA:2026:21398

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706460 / KG ZA 26-600
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 lid 2 Gerechtsdeurwaarderswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen inzake verrekening en verstrekking stukken door gerechtsdeurwaarderskantoor

Autogeld Lease B.V. vordert in kort geding dat het gerechtsdeurwaarderskantoor [gedaagde] wordt verboden om betwiste facturen te verrekenen met bedragen op haar kwaliteitsrekening en dat zij een bedrag van €26.817,18 betaalt, alsmede dat zij stukken verstrekt. Autogeld betwist de juistheid van de facturen en stelt dat [gedaagde] kosten heeft gemaakt zonder overleg en onvoldoende heeft geadviseerd.

[gedaagde] heeft de samenwerking per maart 2026 beëindigd en heeft haar vordering verlaagd en deels verrekend met gelden uit lopende dossiers. Zij heeft stukken verstrekt en een gespecificeerd overzicht van nota’s en betalingen gegeven. De voorzieningenrechter oordeelt dat verrekening op grond van artikel 19 lid Pro 2 Gerechtsdeurwaarderswet is toegestaan en dat Autogeld onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de facturen onjuist zijn of dat verrekening onredelijk is.

De gevorderde verstrekking van stukken is grotendeels voldaan en er is geen noodzaak voor een ordemaatregel. De proceskosten worden aan Autogeld opgelegd omdat zij in het ongelijk is gesteld. Het kort geding eindigt met afwijzing van de vorderingen en een proceskostenveroordeling van €4.449.

Uitkomst: Vorderingen van Autogeld Lease B.V. worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van €4.449.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/706460 / KG ZA 26-600
Vonnis in kort geding van 16 juli 2026
in de zaak van
Autogeld Lease B.V.te IJsselstein,
eiseres,
advocaat mr. D.J. Rijnbout te Houten,
tegen:
[gedaagde], mede handelende onder de naam ‘ [handelsnaam] ’ te [plaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. I.R. Köhne te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg,
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Autogeld’ en ‘ [gedaagde] ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de op 2 juli 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij namens beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Autogeld is een onderneming die zich bezig houdt met financiering in de automotive branche, het (doen) financieren van ondernemingen en het verstrekken en aangaan van geldleningen. [gedaagde] is een gerechtsdeurwaarderskantoor.
2.2.
[gedaagde] heeft vanaf mei 2024 in opdracht van Autogeld diverse incassozaken behandeld. Op die opdrachten zijn de Algemene Voorwaarden [gedaagde] B.V. (versie 2.2) van toepassing. Daarin staan onder meer de tarieven vermeld die door [gedaagde] voor haar verschillende soorten werkzaamheden worden gehanteerd.
2.3.
Begin 2026 heeft Autogeld om een overleg met [gedaagde] gevraagd om, samengevat weergegeven, te spreken over de handelwijze van [gedaagde] bij het innen van de vorderingen van Autogeld. Dat gesprek heeft op 26 januari 2026 plaatsgevonden.
2.4.
In de periode na dit gesprek heeft Autogeld per mail haar ongenoegen geuit over de handelwijze van (een medewerker van) [gedaagde] op een wijze die ertoe heeft geleid dat [gedaagde] op 3 maart 2026 aan Autogeld heeft meegedeeld de samenwerking per direct stop te zetten. [gedaagde] deelt daarbij mee, verkort weergegeven, i) nieuwe zaken niet meer in behandeling te nemen, ii) in lopende zaken geen verdere (executie)maatregelen te treffen, iii) de executiedossiers en de dossiers in de minnelijke fase waarin geen lopend loonbeslag ligt of een regeling is getroffen, die wordt nagekomen, op korte termijn met Autogeld af te wikkelen, iv) zaken waarin een lopend loonbeslag ligt of een betalingsregeling, die wordt nagekomen, verder te behandelen tot het beslag zijn natuurlijk einde beloopt of de regeling langer dan een maand niet wordt nagekomen, tenzij Autogeld wenst dat ook die zaken worden afgewikkeld.
2.5.
Autogeld heeft bij brief van 6 maart 2026 aan [gedaagde] te kennen gegeven waarom [gedaagde] volgens haar wanprestatie heeft gepleegd. Autogeld heeft daarbij verzocht om binnen tien werkdagen de geïncasseerde vergoedingen uit te betalen en alle dossiers compleet aan te leveren.
2.6.
[gedaagde] heeft bij brief van 17 maart 2026 aan Autogeld de nota’s toegestuurd van de afgesloten dossiers, meegedeeld dat Autogeld per saldo nog een bedrag van € 7.201,18 aan haar verschuldigd is en te kennen gegeven dat zij na ontvangst van dat bedrag de originele grossen en alle exploten/processen-verbaal zal toezenden. [gedaagde] heeft tevens een opgave gedaan van de zes dossiers die op dat moment nog niet waren afgewikkeld en de reden daarvan.
2.7.
Na een bespreking tussen [gedaagde] en de voormalig advocaat van Autogeld zijn er over en weer voorstellen gedaan om tot een afwikkeling van de samenwerking te komen. Van de zijde van Autogeld is op 9 april 2026 voorgesteld dat, kort gezegd, de financiële afwikkeling zal plaatsvinden door middel van verrekening, onder de voorwaarde dat de overdracht van de volledige dossiers, het verstrekken van de eindafrekening en de financiële afwikkeling gelijktijdig plaatsvinden. Het daaropvolgende voorstel van 13 april 2026 van [gedaagde] luidde dat Autogeld het op dat moment openstaande bedrag van € 2.086,49 aan haar zou betalen, waarna Autogeld de beschikking zou kunnen krijgen over alle documentatie. Autogeld heeft daarna bij monde van haar huidige advocaat haar ongenoegen geuit over de gang van zaken en diverse verzoeken gedaan tot onder andere het verstrekken van stukken en van informatie over betalingen en in rekening gebrachte kosten, bij gebreke waarvan zij een kort geding zal entameren.
2.8.
[gedaagde] heeft op enig moment daarna aan Autogeld bericht dat haar vordering is verlaagd. Op 11 mei 2026 heeft [gedaagde] aan Autogeld bericht dat zij haar op dat moment nog openstaande vordering van € 1.222,04 zal verrekenen in het dossier waarin nog gelden worden ontvangen uit een loonbeslag. [gedaagde] heeft daarbij een gespecificeerd overzicht gegeven van de nota’s per dossier (met daarop vermeld het geïncasseerde bedrag, de in rekening gebrachte kosten en het nog te betalen dan wel te ontvangen bedrag) en per aangetekende post dossiers naar Autogeld verstuurd.

3.Het geschil

3.1.
Autogeld vordert, zakelijk weergegeven, na wijziging van eis ter zitting, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde] te verbieden haar door Autogeld betwiste facturen te verrekenen met de op de kwaliteitsrekening van [gedaagde] aanwezige bedragen waartoe Autogeld rechthebbende is;
[gedaagde] te veroordelen om een bedrag van € 26.817,18 aan Autogeld te betalen dan wel een ander bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente dan wel de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 mei 2026 tot de dag van algehele voldoening;
[gedaagde] te veroordelen tot afgifte aan Autogeld van een per dossier gespecificeerd overzicht met de ten behoeve van Autogeld ontvangen betalingen met betaaldata en de herkomst van de betalingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, zoals nader in de dagvaarding omschreven;
[gedaagde] te veroordelen tot afgifte aan Autogeld van de in de pleitnota sub 10 genoemde stukken, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daartoe voert Autogeld – samengevat – het volgende aan.
Autogeld betwist de juistheid van de facturen van [gedaagde] . [gedaagde] heeft in diverse dossiers onjuiste kosten in rekening gebracht. Daarnaast heeft [gedaagde] kosten gemaakt zonder overleg met Autogeld. In zaken waar het risico niet ondenkbeeldig is dat deze kosten onverhaalbaar zullen zijn, had van een professioneel gerechtsdeurwaarder anders mogen worden verwacht. Daar waar Autogeld expliciet aan [gedaagde] heeft verzocht om executiemaatregelen te nemen, heeft [gedaagde] volgens Autogeld nagelaten om haar daarover op professionele wijze (schriftelijk) te adviseren.
[gedaagde] kan zich volgens Autogeld dan ook niet op verrekening beroepen. Zij kan inmiddels haar betalingsverplichting ook niet meer opschorten. [gedaagde] moet de door haar ontvangen bedragen dan ook aan Autogeld uitbetalen. Het is in strijd met de op haar rustende verplichtingen dat zij dat in geen enkel dossier heeft gedaan.
Verder heeft [gedaagde] zich niet aan de voor haar geldende voorschriften gehouden doordat zij pas in dit geding grotendeels heeft voldaan aan het verzoek om stukken te verstrekken. Onduidelijk is waarom zij dat pas zo laat heeft gedaan. Datzelfde geldt voor de financiële verantwoording die [gedaagde] pas kort voor de zitting in dit geding heeft afgelegd. Overigens ontbreken er ook nog steeds enkele stukken, aldus Autogeld.
3.3.
[gedaagde] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

Beoordelingskader
4.1.
De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling van de vorderingen voorop dat in dit kort geding geen definitief oordeel wordt gegeven, maar dat een voorlopige voorziening kan worden getroffen in spoedeisende zaken, vooruitlopend op de uitkomst van een eventueel nog aanhangig te maken bodemprocedure. Daarbij moet worden ingeschat wat de uitkomst zal zijn van die bodemprocedure.
Verrekening door Autogeld betwiste facturen
4.2.
Partijen twisten voornamelijk nog over de vraag of [gedaagde] bevoegd was om over te gaan tot verrekening van haar facturen met de door debiteurs van Autogeld betaalde bedragen. Volgens Autogeld had [gedaagde] daartoe niet mogen overgaan, omdat Autogeld de facturen van [gedaagde] heeft betwist. Daarnaast is verrekening volgens Autogeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde] moet volgens Autogeld daarom nu de bedragen die in haar dossiers door debiteuren zijn betaald aan haar uitbetalen. Pas daarna en na een inhoudelijke beoordeling van de door [gedaagde] nog aan te leveren informatie kan volgens Autogeld worden beoordeeld of de facturen juist zijn en welke betaling Autogeld aan [gedaagde] verschuldigd is.
4.3.
[gedaagde] heeft voormelde stellingen van Autogeld gemotiveerd betwist. In het licht van die gemotiveerde betwisting heeft Autogeld haar standpunt onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daartoe is het volgende redengevend.
4.4.
[gedaagde] heeft naar voorlopig oordeel terecht gewezen op het bepaalde in artikel 19 lid 2 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet. Op grond van dit artikel komen vorderingen van de gerechtsdeurwaarder uit hoofde van voor de rechthebbende verrichte werkzaamheden van rechtswege in mindering op het aandeel van de rechthebbende in het saldo, zodra zij aan de rechthebbende zijn opgegeven. Op grond van hetzelfde artikel is [gedaagde] in geval van betwisting van haar facturen bevoegd de uitkering van het saldo tot het betwiste bedrag op te schorten, totdat vaststaat wat de rechthebbende uit hoofde van deze werkzaamheden verschuldigd is. De handelwijze van [gedaagde] stemt hiermee overeen.
4.5.
Indien Autogeld de hoogte van de verrekende facturen betwist, kan zij dat desgewenst in een bodemprocedure laten vaststellen. Dat zou kunnen resulteren in een door [gedaagde] nog aan Autogeld te betalen bedrag. Gelet op de toelichting van [gedaagde] in dit geding over de toegepaste tarieven, de toepasselijke bepalingen in de algemene voorwaarden en de separaat gemaakte tariefafspraken in bepaalde dossiers, is vooralsnog echter onvoldoende aannemelijk dat [gedaagde] voor de door Autogeld in de pleitnota onder 2 genoemde kosten onjuiste bedragen in rekening heeft gebracht. Overigens gaat het hierbij kennelijk ook maar om enkele tientallen euro’s, die [gedaagde] volgens Autogeld teveel in rekening heeft gebracht. Een dergelijk (volgens Autogeld) principe-bedrag rechtvaardigt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat [gedaagde] zich daarom in het geheel niet zou mogen beroepen op verrekening van haar facturen met de ingekomen bedragen. Het handelen van [gedaagde] kan dan ook niet worden aangemerkt als zijnde in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, zoals Autogeld stelt.
4.6.
Ook heeft [gedaagde] gemotiveerd betwist dat zij enerzijds onbelemmerd kosten heeft gemaakt die duidelijk niet verhaalbaar zouden zijn en anderzijds Autogeld onvoldoende heeft geadviseerd over de risico’s op de momenten waarop Autogeld misschien te hard van stapel wilde lopen, zoals Autogeld heeft betoogd. [gedaagde] heeft daarbij ook voorbeelden gegeven van het tegendeel. Daartegenover heeft Autogeld haar stellingen onvoldoende nader geconcretiseerd. De ingediende stukken bieden ook geen aanknopingspunten voor de juistheid van het standpunt van Autogeld.
4.7.
Gelet op het vorenstaande is er geen grond voor toewijzing van de vorderingen sub 1 en 2. Of verrekening berust op een met (de voormalige advocaat van) Autogeld gemaakte afspraak, zoals [gedaagde] ook nog heeft gesteld, kan gelet daarop in het midden blijven.
Afgifte financieel overzicht en stukken
4.8.
Autogeld heeft ter zitting verklaard dat de gevraagde financiële gegevens nu eindelijk binnen zijn en dat zij daarmee verder kan, zodat dit punt is afgewikkeld. Bij toewijzing van vordering sub 3 heeft Autogeld dus geen belang meer.
4.9.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] voorafgaand aan de zitting in ieder geval grotendeels heeft voldaan aan het verzoek van Autogeld om de in de oorspronkelijke vordering sub 4 genoemde stukken aan haar te verstrekken. Autogeld heeft ter zitting gesteld dat er in vier dossier nog steeds stukken ontbreken. Zij heeft die in de pleitnota onder 10 opgesomd. [gedaagde] betwist dit. Zij stelt deze stukken al aan Autogeld te hebben verstrekt. Zij wijst er daarbij op dat zij originele grossen geen tweede keer kan verstrekken. Zij heeft echter aangeboden om in de zaken waarin Autogeld dat wenst een tweede grosse bij de rechtbank op te vragen en aan Autogeld te verstrekken. De gevraagde informatie over (het niet doorgaan van) een executoriale verkoop van een voertuig heeft [gedaagde] ter zitting (al dan niet nogmaals) gegeven. Of zij de gevraagde beslagverklaring nog heeft en eventueel (opnieuw) kan verstrekken stelt [gedaagde] te moeten nakijken. De voorzieningenrechter ziet gelet op dit alles geen noodzaak voor het treffen van een ordemaatregel in dit kort geding. Vordering sub 4 zal dus ook worden afgewezen.
Proceskostenveroordeling
4.10.
Alhoewel is gebleken dat [gedaagde] sommige van de door Autogeld gevraagde stukken en informatie pas voor het eerst in het kader van deze procedure heeft verstrekt – naar de voorzieningenrechter begrijpt in ieder geval de betaaldata en producties bij dagvaardingen – acht de voorzieningenrechter dat enkele feit onvoldoende om daaraan gevolgen te verbinden voor de proceskostenveroordeling, zoals Autogeld heeft verzocht. Autogeld heeft er immers voor gekozen om ook daarna nog deze procedure voort te zetten en alle vorderingen ter beoordeling voor te leggen. Autogeld is daarin in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht € 3.083
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
----------
Totaal € 4.449

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt Autogeld in de proceskosten van [gedaagde] van € 4.449, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Autogeld niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
ts