ECLI:NL:RBDHA:2026:21400
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voortzetting gebruik ontmoetingsruimte wijkcentrum seniorenactiviteiten
In deze kortgedingprocedure vordert [partij A] dat Incluzio wordt bevolen het gebruik van een ontmoetingsruimte in een wijkcentrum voor seniorenactiviteiten toe te staan. [partij A] baseert zijn vordering op een vermeende nieuwe gebruiksovereenkomst met Incluzio, de opvolgend beheerder, of op de verplichting van Incluzio om de bestaande overeenkomst met de vorige beheerder over te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke gebruiksovereenkomst tussen [partij A] en de vorige beheerder rechtsgeldig is opgezegd met inachtneming van de contractuele opzegtermijn. Er is onvoldoende bewijs dat tussen [partij A] en Incluzio een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen. De e-mailcorrespondentie en het telefoongesprek zijn onvoldoende om een bindend contract aan te nemen.
Ook de stelling dat Incluzio op grond van de subsidieregeling of redelijkheid en billijkheid gehouden zou zijn de overeenkomst over te nemen, faalt omdat de oorspronkelijke overeenkomst rechtsgeldig is geëindigd. De rechtbank overweegt dat de belangenafweging, mede gelet op het aanbod van Incluzio om een alternatieve ruimte ter beschikking te stellen, niet tot toewijzing van de vordering leidt.
De voorzieningenrechter wijst de vordering af en veroordeelt [partij A] in de proceskosten. De uitspraak is een voorlopige voorziening in afwachting van een bodemprocedure, waarbij de rechtbank inschat dat [partij A] in die procedure ook niet in het gelijk zal worden gesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat de gebruiksovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd en geen nieuwe overeenkomst is gesloten.