ECLI:NL:RBDHA:2026:2143
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat reactieketels bestemd waren voor productie synthetische drugs
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorbereiden en bewerken van industriële reactieketels voor de productie van synthetische harddrugs op 24 juni 2021 in Lisse.
Tijdens de terechtzitting op 27 januari 2026 werd vastgesteld dat verdachte werkzaamheden verrichtte aan vijf reactieketels, waaronder het aanbrengen van verticale buizen. Inspecteurs van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen stelden dat dergelijke aanpassingen kunnen duiden op voorbereiding van drugproductie. Echter, uit het onderzoek, waaronder telefoongegevens en doorzoekingen, kwam geen bewijs naar voren dat de ketels daadwerkelijk voor drugsproductie bestemd waren.
Verdachte verklaarde dat hij een bedrijf heeft in stoomtechnische installaties en dergelijke ketels en aanpassingen ook voor legale doeleinden voorkomt, bijvoorbeeld in wasserijen en ziekenhuizen. De rechtbank oordeelde dat de enkele aanwezigheid van de ketels en aanpassingen onvoldoende is om met vereiste zekerheid te concluderen dat deze bestemd waren voor synthetische drugsproductie.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De gevorderde straf van drie dagen gevangenisstraf en een voorwaardelijke taakstraf werden niet toegewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet met vereiste zekerheid is vastgesteld dat de reactieketels bestemd waren voor productie van synthetische harddrugs.