ECLI:NL:RBDHA:2026:2145
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bestemdheid reactieketels tot productie synthetische drugs
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de productie van synthetische harddrugs met behulp van vijf industriële reactieketels. Deze ketels waren deels aangepast met verticale buizen, wat volgens de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) duidt op een mogelijke drugstoepassing.
Tijdens het onderzoek en de terechtzitting bleek echter dat de ketels en de aanpassingen ook legale toepassingen kunnen hebben, zoals in wasserijen, ziekenhuizen en de petrochemische industrie. Medeverdachte verklaarde dat hij dergelijke aanpassingen regelmatig uitvoert in zijn bedrijf voor stoomtechnische installaties. Er was geen bewijs van criminele bestemming, noch communicatie tussen verdachte en medeverdachten die dit zou ondersteunen.
De rechtbank concludeerde dat de enkele aanwezigheid van de ketels en de aanpassingen onvoldoende is om met de vereiste zekerheid vast te stellen dat deze bestemd waren voor de productie van synthetische drugs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De in beslag genomen ketels en het verwarmingselement blijven in bewaring voor de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de reactieketels bestemd waren voor productie van synthetische drugs.