ECLI:NL:RBDHA:2026:2155
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft bij besluit van 15 oktober 2025 een afwijzing van zijn asielaanvraag ontvangen, met een opgelegd inreisverbod. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 23 januari 2026 behandeld, waarbij partijen en een tolk aanwezig waren. Op de dag van de uitspraak, 10 februari 2026, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 934,-, rekening houdend met samenhangende zaken en reeds toegekende punten in de beroepsprocedure.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en griffier D.G. van den Berg, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard, en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.