De man verzocht de rechtbank om echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk met de vrouw, met wie hij gehuwd is onder huwelijkse voorwaarden en twee jongmeerderjarige kinderen heeft. De vrouw voerde een pensioenverweer aan, stellende dat door de echtscheiding haar recht op partnerpensioen bij vooroverlijden van de man ernstig zou verminderen of teloorgaan.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Hoewel de duurzame ontwrichting vaststaat, is het pensioenverweer een preliminair verweer dat eerst moet worden beoordeeld. De vrouw toonde aan dat zij zonder echtscheiding een netto partnerpensioen van circa €4.500 per maand zou ontvangen, terwijl dit na echtscheiding grotendeels zou wegvallen. De man bood geen billijke compensatie aan en betwistte slechts in algemene termen de aanspraken van de vrouw.
De rechtbank verwierp de uitzonderingen op het pensioenverweer die de man aanvoerde, omdat hij onvoldoende onderbouwing gaf dat de vrouw zelf voorzieningen kan treffen of dat de ontwrichting aan haar te wijten is. Gezien het ontbreken van een billijke voorziening en het ernstige nadeel voor de vrouw, slaagde het pensioenverweer en werd het verzoek tot echtscheiding afgewezen. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.