Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.B.C.M. Burger, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde tevens een verzoek om schadevergoeding in, maar deed ter zitting afstand van het recht om gehoord te worden.
De rechtbank voerde een ambtshalve toetsing uit van de rechtmatigheid van de bewaring, zoals voorgeschreven door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daarbij werd ook gekeken naar het beginsel van non-refoulement en het belang van het familie- en gezinsleven, conform de richtlijn 2008/115 en het arrest Adrar van het Hof van Justitie.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de bewaring onrechtmatig was of dat het familie- en gezinsleven of het non-refoulement-beginsel zich verzetten tegen de verwijdering van eiseres. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.E. Bos en griffier B.C.M. Burger en is openbaar bekendgemaakt op 5 februari 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.