ECLI:NL:RBDHA:2026:2181
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat Nederland terecht het verzoek tot overname aan Frankrijk heeft gedaan en dat Frankrijk dit verzoek heeft aanvaard. De stelling van eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege zijn status als slachtoffer van mensenhandel wordt verworpen, omdat de overgelegde landeninformatie geen aanwijzingen geeft voor structurele tekortkomingen in het Franse asielsysteem voor slachtoffers van mensenhandel.
Ook de door eiser aangevoerde ernstige psychische klachten en het risico op suïcide bij overdracht zijn onvoldoende onderbouwd om Nederland verantwoordelijk te laten zijn voor de behandeling van de aanvraag. Daarnaast staat de aangifte van mensenhandel in Nederland niet in de weg aan de overdracht, omdat dit geen zwaarwegende onderzoeksbelangen oplevert.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; Frankrijk blijft verantwoordelijk voor de asielaanvraag.