AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verklaring van overlijden van vermiste persoon op grond van DNA-bewijs
De officier van justitie verzocht de rechtbank om het overlijden van de sinds 2 april 2024 vermiste persoon te verklaren. De vermiste werd voor het laatst gezien op camerabeelden bij het verlaten van een gebouw en had eerder aangegeven een einde aan zijn leven te willen maken, met meerdere pogingen daartoe.
In november 2024 werd een menselijke voet gevonden bij het Deense eiland Rømø, waarvan het DNA overeenkwam met dat van de vermiste. In juli 2025 werd een schedel gevonden in de Noordzee bij Schiermonnikoog, die eveneens via DNA-onderzoek aan de vermiste kon worden gekoppeld. Deze feiten leidden tot de conclusie dat het overlijden als zeker kan worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het primaire verzoek tot verklaring van overlijden op grond van artikel 1:426 lid 1 BWPro kan worden toegewezen. De precieze plaats en tijd van overlijden konden niet worden vastgesteld, maar het overlijden vond plaats in Nederland. Het subsidiaire verzoek tot vaststelling van vermissing behoefde geen verdere beoordeling.
De belanghebbenden, waaronder de vader, moeder en broer, stemden in met het verzoek. De rechtbank verklaarde het overlijden van de vermiste op 2 april 2024 in Nederland en sprak de beschikking uit op 9 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het overlijden van de vermiste persoon op 2 april 2024 in Nederland als zeker.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3978
Zaaknummer: C/09/685909
Datum beschikking: 9 januari 2026
Verklaring van overlijden
Beschikking op het op 21 mei 2025 ingekomen verzoekschrift van:
de officier van justitie in het arrondissement Den Haag,
verzoeker,
betreffende de vermissing van:
[de vermiste] ,
de vermiste / [de vermiste] ,
laatstelijk verblijvende te [plaats] .
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de broer] ,
de broer,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift met bijlagen;
de e-mail van 28 oktober 2025 met bijlagen van de officier van justitie;
de instemmingsverklaringen van de vader, de moeder en de broer, binnengekomen bij de rechtbank op 18 november 2025.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt primair ertoe dat de rechtbank zal verklaren dat:
[de vermiste], geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] , gewoond hebbende aan de [adres] , op 2 april 2024, althans op een in goede justitie te bepalen dag en tijdstip te Nederland, is overleden.
Subsidiair wordt verzocht om de vermissing van [de vermiste] vast te stellen op grond van artikel 1:413 vanPro het Burgerlijk Wetboek.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank is op grond van artikel 3 WetboekPro van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd van de voorliggende verzoeken kennis te nemen en past bij gebrek aan nadere conflictregels het Nederlandse recht toe.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:426 eerstePro lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, indien het lichaam van een vermist persoon niet is kunnen worden teruggevonden, doch, alle omstandigheden in aanmerking genomen, zijn overlijden als zeker kan worden beschouwd, de rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie of van iedere belanghebbende verklaren dat die persoon is overleden, indien:
de vermissing heeft plaatsgevonden in Nederland,
de vermissing heeft plaatsgevonden tijdens een reis met een in Nederland thuisbehorend schip of luchtvaartuig;
de vermiste Nederlander was;
e vermiste zijn woon- of verblijfplaats had in Nederland.
Inhoudelijke beoordeling
De officier van justitie heeft aan het verzoek het volgende ten grondslag gelegd. [de vermiste] is sinds 2 april 2024 vermist. Op camerabeelden is te zien dat hij om 08:12 uur het gebouw van Parnassia uitliep en sindsdien is hij niet meer gezien. Hij draagt op dat moment donkerkleurige sneakers met een witte zool met op de hiel een logo (lijkend op het merk Puma). In de dagen voor zijn vermissing heeft [de vermiste] meermaals aangegeven een einde aan zijn leven te willen maken. Daartoe heeft hij eerder al verschillende pogingen ondernomen. Zo is hij op 15 maart 2024 door hulpdiensten uit de zee bij Scheveningen gered.
Op 6 november 2024 is bij het Deense eiland Rømø, op zo’n 200 meter van het strand een blauwe linkerschoen met witte zool inclusief de restanten van een menselijke voet aangetroffen. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft op 17 november 2024 een e-mail ontvangen van Interpol dat het DNA van de voet overeenkomt met het DNA van de sinds 2 april 2024 vermiste [de vermiste] . Het NFI heeft deze DNA match bevestigd.
Daarnaast heeft de officier van justitie in aanvulling op het verzoekschrift in de e-mail van 28 oktober 2025 aangegeven dat op 23 juli 2025 een schedel is gevonden in de Noordzee, boven Schiermonnikoog. Aan deze schedel is door het NFI een DNA-onderzoek verricht waarbij is vastgesteld dat het gaat om de schedel van [de vermiste] . Volgens de officier van justitie staat hiermee onomstotelijk het overlijden van [de vermiste] vast.
De belanghebbenden hebben allen ingestemd met toewijzing van het verzoek.
De rechtbank is gelet op het standpunt van het Openbaar Ministerie en de overgelegde stukken van oordeel dat het primaire verzoek kan worden toegewezen. Alle omstandigheden in aanmerking genomen concludeert de rechtbank dat het overlijden van de vermiste de heer [de vermiste] , geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] , als zeker kan worden beschouwd.
Nu in de stukken onvoldoende aanknopingspunten over de precieze plek en het uur van overlijden van [de vermiste] zijn te vinden, zal geen nadere plek dan ‘in Nederland’ of uur van overlijden worden vastgesteld.
Het verzoek gegrond op artikel 1:426 lid 1 sub c BWPro kan worden toegewezen zoals hierna vermeld.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart dat op 2 april 2024 in Nederland, is overleden:
[de vermiste] , geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,
gewoond hebbende aan de [adres] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 januari 2026.