Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2019. De moeder verzoekt een omgangsregeling waarbij de vader drie dagdelen per week omgang zou hebben met het kind, deels onder begeleiding. De vader is niet verschenen en laat via zijn advocaat weten geen contact te willen vanwege zijn eigen familiesituatie en het risico voor zijn huwelijk.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:377a BW het kind recht heeft op omgang met de ouders, en de niet-gezaghebbende ouder een omgangsrecht en -plicht heeft, tenzij dit niet in het belang van het kind is. Hier is geoordeeld dat het niet in het belang van de minderjarige is om contact te hebben met een vader die dit niet wil, omdat het kind anders afgewezen kan voelen.
De rechtbank wijst het verzoek af en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De moeder wordt geadviseerd het kind eerlijk te informeren over de situatie zonder schuldgevoelens te creëren. De beschikking is uitgesproken op 7 januari 2026 door kinderrechter A.C. Olland.