ECLI:NL:RBDHA:2026:2251

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/665465 / JE RK 24-812
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator in jeugdzorgzaak

De rechtbank Den Haag heeft op 9 januari 2026 een beschikking gegeven waarin de werkzaamheden van de bijzondere curator over een minderjarige worden beëindigd. De bijzondere curator was herbenoemd op 27 september 2024 om de minderjarige te ondersteunen bij praktische en financiële zaken in aanloop naar haar meerderjarigheid.

De bijzondere curator heeft een uitgebreid verslag ingediend waarin zij rapporteert over haar contact met de minderjarige, onder meer via WhatsApp, en haar bezoeken aan het logeerhuis waar de minderjarige sinds medio 2024 verblijft. Tijdens deze contacten is onder meer gesproken over de woonsituatie, opleiding, bijbaan en het contact met de ouders, dat inmiddels goed is.

Er is een aanvraag voor verlengde jeugdzorg gedaan zodat de minderjarige tot begin 2026 in de instelling kan blijven, met de intentie daarna door te stromen naar een eigen studio. De bijzondere curator heeft toegezegd eventuele afwijzingen van deze aanvraag aan te vechten, ook als de minderjarige dan al meerderjarig is.

De kinderrechter concludeert dat alle praktische en financiële zaken met het oog op de meerderjarigheid zijn geregeld of aangevraagd en dat de opdracht van de bijzondere curator is vervuld. Daarom worden haar werkzaamheden beëindigd met dank voor haar inzet.

Uitkomst: De kinderrechter beëindigt de werkzaamheden van de bijzondere curator na bevestiging dat haar opdracht is vervuld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/665465 / JE RK 24-812
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
mr. I.G.M. van Gorkum,
hierna te noemen: de bijzondere curator,
kantoorhoudende te Den Haag.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 27 september 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank mr. I.G.M. van Gorkum, advocaat, kantoorhoudende te Den Haag, herbenoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] teneinde al het nodige te doen dat in het belang van de ontwikkeling van [minderjarige] op korte termijn noodzakelijk is, in het bijzonder het bijstaan van [minderjarige] bij het regelen van eventuele praktische en financiële zaken in aanloop naar haar meerderjarigheid. De zaak is pro forma aangehouden tot 21 december 2025 in afwachting van het verslag van de bijzondere curator.
1.2.
De rechtbank heeft op 11 december 2025 het verslag van de bijzondere curator ontvangen waarin zij meedeelt dat zij er vanuit gaat dat zij aan de opdracht van de rechtbank heeft voldaan.

2.De beoordeling

De kinderrechter heeft van de bijzondere curator een uitgebreid en overzichtelijk verslag van haar werkzaamheden ontvangen. Op basis hiervan is de kinderrechter van oordeel dat de bijzondere curator de opdracht die de rechtbank haar bij beschikking van 27 september 2024 heeft gegeven, heeft vervuld. Uit het verslag volgt dat de bijzondere curator steeds via WhatsApp contact met [minderjarige] heeft gehouden, haar hulp heeft aangeboden en heeft gecontroleerd of alle voor haar welzijn en aanstaande meerderjarigheid noodzakelijke zaken geregeld zijn. Eind november 2025 heeft de bijzondere curator [minderjarige] in het logeerhuis van [instelling] , waar zij sinds medio 2024 woont, bezocht en met [minderjarige] over onder meer haar woonsituatie, haar opleiding, haar bijbaantje en het contact met haar ouders (dat inmiddels gelukkig goed is) gesproken. Tijdens dat gesprek is gebleken dat voor [minderjarige] een aanvraag voor verlengde jeugdzorg is gedaan waardoor zij tot begin 2026 bij [instelling] kan blijven. De bedoeling is dat zij daarna doorstroomt naar een eigen studio. De bijzondere curator heeft met de begeleider van [minderjarige] afgesproken dat als de aanvraag voor verlengde jeugdhulp wordt afgewezen, zij deze afwijzing voor [minderjarige] zal aanvechten. Dit zal de bijzondere curator ook doen als [minderjarige] dan al meerderjarig is. Uit het verslag van de bijzondere curator begrijpt de kinderrechter dat, afgezien van de aanvraag voor verlengde jeugdhulp, nu alle praktische en financiële zaken met het oog op de meerderjarigheid van [minderjarige] geregeld of aangevraagd zijn. De kinderrechter concludeert daarmee dat de opdracht van de bijzondere curator is vervuld. De rechtbank zal de werkzaamheden van bijzondere curator, onder hartelijke dankzegging voor alle geleverde inspanningen, in deze zaak beëindigen.

3.De beslissing

De kinderrechter beëindigt de werkzaamheden van de bijzondere curator,
mr. I.G.M. van Gorkum.
Deze beslissing is gegeven door mr. E.E. Schotte, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier.