ECLI:NL:RBDHA:2026:2309

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/678948 / FA RK 25-438
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling, hoofdverblijfplaats en opname convenant na ontbinding geregistreerd partnerschap

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot vaststelling van de zorgregeling, hoofdverblijfplaats en opname van een convenant na ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen. De voorlopige voorzieningenregeling met een birdnesting-regeling bleek niet werkbaar vanwege spanningen tussen ouders en onrust voor het kind.

De vader verzocht om het hoofdverblijf van het minderjarige kind bij hem vast te stellen en een zorgregeling waarbij het kind een weekend per veertien dagen bij de moeder verblijft. De moeder stemde in met aanpassing van de birdnesting-regeling, waarbij het kind van donderdag na school tot maandag naar school bij de vader verblijft, passend bij diens werksituatie. Zij gaf aan uiterlijk 15 april 2026 een eigen woning te hebben.

De rechtbank oordeelde dat de birdnesting-regeling niet langer wenselijk is vanwege de gespannen verstandhouding en dat een co-ouderschapsregeling pas kan ingaan zodra de moeder een eigen woning heeft. Tot die tijd geldt een tijdelijke regeling waarbij het kind ieder weekend bij de moeder verblijft, niet in de echtelijke woning. De inschrijving van het kind in de Basisregistratie Personen blijft bij de vader. De rechtbank nam het convenant van partijen op in de beschikking en compenseerde de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank stelt het hoofdverblijf van het kind bij de vader vast en wijzigt de zorgregeling met een weekendregeling bij de moeder tot zij een eigen woning heeft.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-438
Zaaknummer: C/09/678948
Datum beschikking: 9 januari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, kinderalimentatie, convenant

Beschikking op het op 21 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de man],
de man/de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Elsinga te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw/de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M. Strengers te Soesterberg.

Procedure

Bij beschikking van 7 juli 2025 van deze rechtbank is:
in de voorlopige voorzieningenprocedure (FA RK 25-3282 C/09/684553):
bepaald als
voorlopigezorgregeling voor de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , dat sprake zal zijn van een birdnesting-regeling, waarbij [minderjarige]
van dinsdagavond tot en met zaterdagochtend uitsluitend met de vader in de echtelijke woning verblijft en van zaterdagmiddag tot en met dinsdagmiddag uitsluitend met de moeder in de echtelijke woning verblijft en is het meer of anders verzochte afgewezen;
in de bodemprocedure (FA RK 25-438 C/09/678948):
is de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen uitgesproken, is bepaald dat partijen uiterlijk op 1 augustus 2025 nadere financiële gegevens mogen overleggen en eventueel hun verzoeken kunnen aanvullen en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie, het aanhechten van het convenant en het ouderschapsplan en de proceskosten pro forma aangehouden tot 1 augustus 2025.
Op 12 augustus 2025 is er een kort geding tussen partijen geweest, waarbij aan de vader vervangende toestemming is verleend om [minderjarige] in te schrijven op basisschool [school] in [plaats 1] en waarbij de ouders zijn verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschap Blijft.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het F9-formulier van 28 juli 2025, met als bijlagen een aanvullend verzoek en een brief met aanvullende producties, van de zijde van de man;
- het e-mail bericht van 30 juli 2025, met als bijlage gewijzigde en aanvullende zelfstandige verzoeken met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het aanvullend verzoek c.q. wijziging verzoek hoofdverblijfplaats, zorgregeling en verdeling, met bijlagen, van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 18 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 20 november 2025, met bijlage, van de zijde van de vrouw.
Op 24 november 2025 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat, de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.

Verzoek en verweer

Nog openstaande/gewijzigde verzoeken van de man:

  • de regeling van de betrekkingen na ontbinding van het geregistreerd partnerschap zoals opgenomen in het convenant en het tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan op te nemen in de beschikking;
  • het gebruik van de echtelijke woning aan de man toe te kennen;
  • het huurrecht van de echtelijke woning aan de man toe te wijzen c.q. toe te delen en te bepalen dat de man met ingang van de datum afgifte beschikking de huurder zal zijn van de echtelijke woning;
  • de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man vast te stellen;
  • een definitieve zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] een weekend per veertien dagen bij de vrouw zal verblijven van vrijdag 12.00 uur tot zondag 17.00 uur of van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur;
  • de verdeling van de gemeenschap zoals opgenomen in artikel 3 van Pro het getekende convenant in de beschikking op te nemen, de vrouw daarbij te veroordelen om aan de man binnen 7 dagen na afgifte van de beschikking € 7.587,65 te voldoen en de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van € 2.200,- te voldoen, te betalen in 11 maandelijkse termijnen van € 500,- vanaf 5 november 2025;
een en ander met uitvoerbaar bij voorraad verklaring.
Nog openstaande/gewijzigde verzoeken van de vrouw:
  • het ouderschapsplan aan te vullen aldus dat, althans te bepalen dat, de man met ingang van de datum van indiening van het verzoek, althans met ingang van de datum van dagtekening van de in dezen te wijzen beschikking, althans met ingang van de datum van ontbinding van het partnerschap, althans met ingang van een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen datum, zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met een bedrag van € 477,75, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen;
  • het ouderschapsplan aan te vullen aldus dat per het moment met ingang waarvan [minderjarige] naar school gaat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (buiten de vakanties en feestdagen om) zal gelden aldus dat [minderjarige] bij zijn vader zal verblijven van donderdag uit school tot en met maandag naar school, althans een regeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
  • te bepalen dat de vrouw met uitsluiting van de man jegens de man bevoegd is tot bewoning van de echtelijke woning staande en geleden te [plaats 2] aan de [adres] , alsmede tot het gebruik van de bij die woning en tot de inboedel daarvan behorende zaken gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, aldus dat de vrouw dat recht zal hebben gedurende de momenten waarop zij krachtens in deze te wijzen beschikking de zorg voor [minderjarige] zal hebben;
een en ander met uitvoerbaar bij voorraad verklaring en kosten rechtens.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Ouderschapsplan, zorgregeling en hoofdverblijfplaats
De vader stelt dat de moeder de in het ouderschapsplan door de ouders overeengekomen en door de rechtbank vastgestelde birdnestingsregeling structureel niet nakomt en dat dit tot onrust leidt tussen de ouders en voor [minderjarige] . Daarbij is de verstandhouding en communicatie tussen de ouders niet goed en hebben er al verschillende incidenten tussen de ouders plaatsgevonden. De vader acht het, gezien de veiligheid, rust en stabiliteit voor [minderjarige] , in zijn belang dat hij het hoofdverblijf bij de vader zal hebben en dat de birdnesting-regeling stopt en er een zorgregeling wordt vastgesteld waarbij [minderjarige] een weekend per veertien dagen bij de moeder zal verblijven van vrijdag 12.00 uur tot zondag 17.00 uur of van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur. Zodra de moeder een eigen woning heeft, kan de vader zich erin vinden dat er een co-ouderschap wordt vastgesteld.
De moeder voert verweer. Zij stelt enerzijds dat er geen wijzing van omstandigheden is, waardoor het ouderschapsplan niet kan worden gewijzigd. Anderzijds heeft de moeder ook aangegeven dat de birdnesting zorgregeling die in het ouderschapsplan is overeengekomen en bij voorlopige voorziening is vastgesteld niet langer passend en in het belang van [minderjarige] is. Zij verzoekt daarom ook de birdnesting-regeling aan te passen, naar een birdnesting-regeling waarin [minderjarige] van donderdag uit school tot en met maandag naar school bij de vader is. Een dergelijke regeling sluit het beste aan bij de werksituatie van vader, die 40 uur per week werkt, en maakt dat de vader op donderdagmiddag, vrijdag en maandagochtend betrokken kan zijn bij de schoolgang van [minderjarige] . Ook maakt deze regeling dat de overdracht in beginsel plaatsvindt via school. De moeder vindt dit in het belang van [minderjarige] omdat nog steeds sprake is van veel spanningen tussen de ouders. Ter zitting heeft de moeder aanvullend aangegeven dat zij uiterlijk 15 april 2026 een contingent woning zal hebben waar zij samen met [minderjarige] kan gaan wonen en waardoor er een einde komt aan birdnesting. Voorts heeft de moeder ter zitting aangegeven dat zij, gelet op de situatie tussen de ouders, het wenselijk acht dat de Raad onderzoek gaat doen.
De rechtbank overweegt als volgt. De ouders zijn aangemeld voor het traject Ouderschap Blijft en zijn op de wachtlijst geplaatst. De rechtbank acht het zeer wenselijk dat de ouders dit traject zullen volgen. Bij dit traject zullen zij met elkaar in gesprek gaan om beter met elkaar te leren communiceren en voor de verdere invulling van het gezamenlijk ouderschap. Nu deelname aan het traject nog even op zich laat wachten en de (voorlopige) zorgregeling (birdnesting) niet goed verloopt, zal de rechtbank wel al een definitieve beslissing nemen over de zorgregeling. Omdat de ouders het traject Ouderschap Blijft zullen gaan doorlopen, ziet de rechtbank nu geen aanleiding om een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten.
De rechtbank stelt vast dat er veel spanningen zijn tussen de ouders en dat de birdnesting-regeling zeer onrustig verloopt en veel stress voor de ouders, en daarmee ook voor [minderjarige] oplevert. De rechtbank acht het daarom niet wenselijk dat deze birdnesting-regeling, zoals opgenomen in het ouderschapsplan en vastgesteld bij voorlopige voorziening, wordt voortgezet. Om uitvoering te kunnen geven aan een dergelijke regeling is het noodzakelijk dat partijen een goede verstandhouding met elkaar hebben en goed met elkaar kunnen communiceren. De rechtbank stelt verder vast dat het op de zitting niet mogelijk is gebleken om in overleg met de ouders een nieuwe zorgregeling voor [minderjarige] vast te stellen. Beide ouders hebben goede intenties met betrekking tot de zorg voor [minderjarige] en de rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij op regelmatige en evenwichtige basis contact heeft met zowel zijn moeder als zijn vader en dat er een co-ouderschapsregeling wordt vastgesteld, als na te melden. Wel is de rechtbank van oordeel dat deze co-oudershapsregeling pas kan ingaan zodra de moeder een eigen woning voor haar en [minderjarige] heeft. Totdat dit het geval is zal de rechtbank een regeling vaststellen waarbij [minderjarige] ieder weekend bij de moeder is –niet in de echtelijke woning – van vrijdag uit school tot zondagavond 17.00 uur. De rechtbank overweegt hierbij dat de moeder vanaf dinsdag 13 januari 2026 de echtelijke woning moet verlaten en dat deze tijdelijke regeling zal ingaan vanaf vrijdag 16 januari 2026. Verder neemt de rechtbank in haar overweging mee dat de moeder, voor de (relatief korte) periode dat zij nog geen woning heeft met [minderjarige] naar haar moeder in [plaats 3] kan gaan. De rechtbank ziet geen beletsel in het feit dat de moeder dan elk weekend een treinreis moet maken. De kosten hiervan zijn naar het oordeel van de rechtbank te overzien, temeer nu zij in de woning van haar moeder kan verblijven. De rechtbank zal, gelet op het voornoemde, het verzoek tot opname van het ouderschapsplan in de beschikking afwijzen.
De rechtbank zal, nu de birdnesting-regeling stopt, waardoor de moeder niet meer in de echtelijke woning komt en de woonsituatie van de moeder nog onzeker is en zij nog geen vaste woonplaats heeft, in het belang van [minderjarige] bepalen dat de inschrijving in de Basisregistratie personen van [minderjarige] op het adres van de echtelijke woning, dus bij de vader blijft staan.
Kinderalimentatie
Nu de rechtbank de inschrijving van [minderjarige] in de basisregistratie personen bij de vader zal bepalen en de vader de verblijfskosten en ook alle verblijfsoverstijgende kosten van [minderjarige] betaalt, zal de rechtbank het verzoek van de moeder om een door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] afwijzen.
Convenant
Partijen hebben een convenant opgesteld, met daarin onder meer afspraken over de huurwoning en financiele afspraken. De man heeft verzocht dit convenant op te nemen in de beschikking. De vrouw heeft zich hierbij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank zal het verzoek van de man als niet weersproken toewijzen en bepalen dat het convenant deel zal uitmaken van deze beschikking.
Nu de rechtbank het convenant zal opnemen in de beschikking, zal zij de afzonderlijke verzoeken van de man en de vrouw om de afspraken die zij ten aanzien van de echtelijke woning en de verdeling van de gemeenschap (de financiele afspraken), zoals ook vastgelegd in het getekende convenant, afzonderlijk in de beschikking op te nemen, wegens gebrek aan belang afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling in het ouderschapsplan getroffen afspraken en de bij voorlopige voorziening van 7 juli 2025 vastgestelde regeling –:
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige]geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] ;
in de Basisregistratie Personen ingeschreven zal blijven staan op het adres van de echtelijke woning, bij de vader;
*
bepaalt dat [minderjarige] bij de moeder zal zijn:
vanaf vrijdag 16 januari 2026 tot de moeder een eigen woning voor haar en [minderjarige] heeft:
- van vrijdag uit school tot zondagavond 17.00 uur;
vanaf het moment dat dat de moeder een eigen woning voor haar en [minderjarige] heeft:
- in de ene week van vrijdag uit school tot donderdag naar school;
- in de andere week van maandag uit school tot woensdag naar school;
- de helft van de vakanties en feestdagen;
*
neemt op de door de partijen getroffen onderlinge regeling, zoals neergelegd in het (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte convenant;
*
verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 januari 2026.