ECLI:NL:RBDHA:2026:2337

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/697129 / JE RK 26-6
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M. de Kleine
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.3 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstig grensoverschrijdend gedrag

De gecertificeerde instelling verzoekt een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die onder haar voogdij staat. De minderjarige vertoont ernstig agressief, grensoverschrijdend en ontregelend gedrag, weigert medicatie, school en therapie, en brengt zichzelf en anderen in gevaar.

De kinderrechter neemt het schriftelijke verzoek, de mondelinge instemming van een gedragswetenschapper en aanvullende informatie van de jeugdbeschermer mee in de beoordeling. Gezien de ernst van de situatie en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, wordt de spoedmachtiging verleend voor de duur van tien dagen.

De minderjarige wordt uit huis geplaatst in een gesloten accommodatie om veiligheid en stabilisatie te waarborgen. De behandeling van het verzoek voor een langere periode wordt aangehouden tot een zitting op 14 januari 2026, waarbij ook andere betrokkenen worden gehoord. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor tien dagen vanwege ernstig grensoverschrijdend gedrag van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/697129 / JE RK 26-6
Datum uitspraak: 6 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. H. Polat uit Rijswijk.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de pleegouders],
hierna te noemen: de pleegouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het schriftelijke verzoek van de gecertificeerde instelling met bijlagen, ontvangen op 5 januari 2026;
  • de mondelinge instemming, telefonisch verkregen op 6 januari 2026 van de gedragswetenschapper, [naam 1] , als bedoeld in artikel 6.1.3., derde lid, van de Jeugdwet, die [minderjarige] met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht;
  • de aanvullende mondelinge informatie van de jeugdbeschermer [naam 2] , desgevraagd telefonisch verkregen op 6 januari 2026.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 30 september 2014 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden.
2.2.
[minderjarige] verblijft feitelijk op een crisisplek van [instelling 1] .

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De gecertificeerde instelling verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De gecertificeerde instelling verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van het verzoekschrift van de gecertificeerde instelling, de telefonisch verkregen verklaring van de gedragswetenschapper en de jeugdbeschermer is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.2.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] , omdat er sinds een paar dagen sprake is van een toename van agressief, grensoverschrijdend en ontregelend gedrag bij [minderjarige] . Hij is zelfbepalend en weigert medicatie, school en therapie. Op de open crisisgroep waar [minderjarige] verblijft rookt en blowt hij op zijn kamer en saboteert hij het brandalarm en de raambeveiliging. Hij sluit zich af voor zijn begeleiders en brengt door zijn gedrag zijn groepsgenoten en de medewerkers in gevaar. Hierdoor kan [minderjarige] niet meer op de open groep blijven. Een gesloten plaatsing is noodzakelijk om de veiligheid van [minderjarige] en anderen te kunnen waarborgen en [minderjarige] te stabiliseren. Door de jeugdbeschermer is (telefonisch) naar voren gebracht dat [minderjarige] in de avond van 6 januari 2026 naar [instelling 2] zal gaan, totdat er in de loop van de week een gesloten plek voor hem is bij [instelling 3] in [plaats] .
4.3.
Daarom machtigt de kinderrechter de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 16 januari 2026.
4.4.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de gecertificeerde instelling berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist. [2]
4.5.
De gecertificeerde instelling, [minderjarige] , zijn advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 6 januari 2026 tot 16 januari 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van mr. R.G. de Lange-Tegelaar op
14 januari 2026 om 13:00 uurin het gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, aan Prins Clauslaan 60 in Den Haag, waarbij onderhavig verzoek gelijktijdig wordt behandeld met zaaknummer C/09/697032 / JE RK 26-2;
5.3.
vraagt de griffier voor die zitting op te roepen:
- Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
- [minderjarige] ;
- de advocaat van [minderjarige] , mr. H. Polat;
- de pleegouders.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026 door M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 6 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
2.Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.