ECLI:NL:RBDHA:2026:237
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 8 januari 2026, wordt het beroep van eiser behandeld dat is ingediend omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op de asielaanvraag van 17 maart 2025. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting beoordeeld. De rechtbank stelt vast dat de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag moet beslissen. De beslistermijn begint op het moment dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Eiser heeft zijn aanvraag op 17 maart 2025 ingediend, en de minister heeft op 13 juni 2025 bevestigd dat de aanvraag in de nationale procedure is opgenomen. De rechtbank concludeert dat Nederland al eerder verantwoordelijk was, namelijk op 18 mei 2025, na het verstrijken van twee maanden na de Eurodac-treffer. De beslistermijn van zes maanden is op die datum begonnen en verstreken op 18 november 2025. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van 9 november 2025 prematuur is ingediend, waardoor het beroep niet voldoet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.