ECLI:NL:RBDHA:2026:2375

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696132 / FA RK 25-9468
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor opname en verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

Cliënt, geboren in 1948, lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij dementie met een geleidelijk progressief beloop. Hij verblijft momenteel in een accommodatie waar zijn lichamelijke conditie is verbeterd, maar hij ervaart het verblijf als saai, beperkend en onvoldoende passend, wat leidt tot frustratie en pogingen om te vertrekken.

De specialist ouderengeneeskunde bevestigt dat cliënt bij opname ernstig verwaarloosd was en niet mobiel, met een reëel risico op overlijden zonder hulp. Cliënt vertoont hinderlijk gedrag en kan verbaal en fysiek agressief zijn, wat veiligheidsrisico’s oplevert. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven om het ernstig nadeel te voorkomen.

De rechtbank concludeert dat aan de criteria voor verlening van de machtiging is voldaan en verleent deze voor de duur van zes maanden, met het advies passende activiteiten aan te bieden om de acceptatie van het verblijf te bevorderen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging voor opname en verblijf van cliënt met dementie in een zorgaccommodatie voor zes maanden wegens ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/696132 / FA RK 25-9468
Datum beschikking: 5 januari 2025

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. R.P.A. Kint te Zoetermeer.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 december 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 3 september 2025;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 4 december 2025;
- een op 3 december 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, F. van der Toorn, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 21 november 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- de specialist ouderengeneeskunde, de heer [naam] .

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is naar voren gebracht dat hij het genomen besluit in beginsel begrijpt en erkent dat het huidige verblijf in goed overleg tot stand is gekomen. Tegelijkertijd ervaart cliënt zijn verblijf als saai, sterk beperkend en voor hem onvoldoende passend. De geboden bewegingsvrijheid, bestaande uit enkele minuten per dag naar buiten, vindt hij ontoereikend. Cliënt benadrukt zijn wens om zijn zelfstandigheid en regie over het eigen leven terug te krijgen en kan zich niet voorstellen dat zijn toekomst zo blijvend beperkt zal zijn. Het verblijf in de accommodatie leidt bij hem tot frustratie en gevoelens van ondraaglijkheid, wat ertoe heeft geleid dat hij is weggelopen met de intentie niet terug te keren. Cliënt ervaart zijn verblijf als ondraaglijk en staat open voor een passend alternatief. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De specialist ouderengeneeskunde heeft aangegeven dat cliënt bij binnenkomst in zeer slechte lichamelijke conditie verkeerde. Hij was ernstig verwaarloosd en niet meer mobiel, waarbij zonder hulp een reëel risico bestond op overlijden onder nare omstandigheden. Sinds het verblijf in de accommodatie is de lichamelijke conditie van cliënt verbeterd, met name door de geboden structuur op de afdeling, regelmatige maaltijden en een beter slaapritme. Er wordt ingezet op het aanbieden van dagactiviteiten, echter ervaart cliënt hier weinig aansluiting bij. Cliënt heeft sinds 2024 de diagnose dementie, met een geleidelijk progressief beloop, waardoor terugkeer naar de thuissituatie niet verantwoord wordt geacht. Hij geeft meerdere keren per week aan niet op de afdeling te willen verblijven en heeft pogingen ondernomen om te vertrekken, waaronder een geslaagde poging samen met een medebewoner.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij dementie.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, volgt dat cliënt in de thuissituatie ondervoed is geraakt en wonden heeft ontwikkeld, terwijl hij de aangeboden zorg weigerde. Ook is cliënt gedesoriënteerd en niet in staat zelfstandig de weg te vinden, zowel binnen als buiten het verpleeghuis. Daarnaast vertoont hij als gevolg van zijn dementieel beeld hinderlijk gedrag en kan hij verbaal en fysiek agressief reageren bij onbegrip de dementie. Dit leidt tot onaanvaardbare veiligheidsrisico’s. Zo heeft hij een keer een schoonmaakster stevig vastgepakt.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Het is geen reële optie meer om zelfstandig noch met thuiszorg thuis te wonen.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat hij zich structureel verzet tegen het verblijf en de aan hem verleende zorg. Gedurende de week doet de cliënt meerdere keren de uiting dat hij niet op de afdeling wil blijven en naar huis wil. Bovendien onderneemt hij pogingen om de accommodatie te verlaten.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. De rechtbank gunt cliënt dat hem passende activiteiten worden aangeboden, hetgeen de acceptatie van zijn verblijf gemakkelijker zou maken. Zoals ter zitting besproken zou de inzet van een buddy een mogelijkheid daarvoor zijn.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juli 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.A. Keulen, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 januari 2026.