ECLI:NL:RBDHA:2026:2377

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/697034 / FA RK 26-3
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychotisch toestandsbeeld

De rechtbank Den Haag behandelde op 5 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1953, die verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene vertoonde toenemende paranoïde wanen en imperatieve hallucinaties met een verhoogd suïciderisico. De situatie werd gecompliceerd door een licht verstandelijke beperking en een overbelast steunsysteem.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan zijn medicatie weer te willen innemen, maar de psychiater benadrukte dat de positieve ontwikkeling pril is en onduidelijk of deze blijvend is. Betrokkene verzette zich tegen vrijwillige opname en medicatie-inname, wat leidde tot agressie en separatie. De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade.

De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De machtiging wordt verleend voor drie weken, met de mogelijkheid tot toediening van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie.

De beschikking is uitgesproken door rechter A.M.A. Keulen en schriftelijk vastgesteld op 13 januari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bij betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697034 / FA RK 26-3
Datum beschikking: 5 januari 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 2 januari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. B.F. van Es te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 1 januari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Delft tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 1 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 2 januari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, de heer [naam 2] ;
- de echtgenoot van betrokkene, mevrouw [naam 3] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat hij een periode gedeeltelijk zijn medicatie had gestaakt, aangezien hij zijn seksuele gevoel terug wilde krijgen. Betrokkene geeft aan dat het aanvankelijk niet goed met hem ging, maar dat hij zich inmiddels rustiger voelt en dat het beter met gaat. Hij geeft aan dat hij de medicatie de komende periode consequent in zal nemen om te bezien of deze weer voldoende effect heeft. De advocaat heeft vastgesteld dat aan de wettelijke vereisten is voldaan en voert geen inhoudelijk verweer tegen het verzoek.
De psychiater heeft aangegeven dat het sinds de opname duidelijk beter gaat met betrokkene. Aanvankelijk was contact nauwelijks mogelijk, maar sinds gisteravond praat hij meer en is er sprake van een plotselinge verbetering. De positieve ontwikkeling is nog pril en gezien het beloop in het verleden, met snelle wisselingen tussen verslechtering en verbetering, is het onduidelijk of de huidige bereidheid tot vrijwillig verblijf en medicatie-inname blijvend is. De focus ligt op observatie van het toestandsbeeld, verdere diagnostiek, het beoordeelden van de noodzaak van antipsychotica en het opzetten van passende nazorg.
De echtgenote van betrokkene geeft aan dat zij heeft gezien dat haar echtgenoot de medicatie niet meer innam. In de thuissituatie gaf zij elke ochtend de medicatie aan hem om in te nemen. Op een gegeven moment is zij daarmee gestopt omdat zij ervan uitging dat haar echtgenoot de medicatie zelfstandig zou innemen, wat vervolgens niet gebeurde.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang.
Sinds enkele weken vertoont betrokkene toenemende klachten van paranoïde wanen en imperatieve hallucinaties. Hij hoort stemmen die hem opdrachten geven om van een flatgebouw te springen, hetgeen het risico op suïcide sterk verhoogt. Daarnaast is het steunsysteem rondom betrokkene overbelast omdat de echtgenote door de psychotische decompensatie ernstig belast is. Tevens is betrokkene eerder agressief geweest richting personeel en materiaal op de afdeling. Dit leidde recent tot een worsteling met de verpleging waarbij hij gefixeerd en gesepareerd moest worden in de EBK.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotisch toestandsbeeld. Daarnaast is er sprake van een licht verstandelijke beperking. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde vormen van zorg is – door de toelichting van de psychiater – ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank volgt de toelichting van de psychiater en zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich in wezen tegen deze zorg, ook al geeft hij nu aan dat hij zijn medicatie weer wil innemen. Vanuit zijn psychotische en ontremde toestandsbeeld, in combinatie met zijn verstandelijke beperking, lijkt betrokkene niet helemaal te begrijpen en te overzien wat er is gebeurd. Het is recentelijk niet gelukt betrokkene over te halen de opname vrijwillig voort te zetten. Hij verzette zich daartegen. Dit verzet uitte zich in een agressie-incident, waarbij betrokkene gesepareerd moest worden. De positieve ontwikkeling bij betrokkene zoals die ter zitting wordt gezien is nog maar pril en gezien zijn voorgeschiedenis is het onduidelijk of het toestandsbeeld van betrokkene al helemaal is opgeklaard. De rechtbank gaat er daarom niet van uit dat er sprake is van de vereiste vrijwilligheid.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 januari 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.A. Keulen, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 januari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.