ECLI:NL:RBDHA:2026:240

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
NL25.58587
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, gaat het om een beroep dat eiser heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser heeft op 12 september 2022 een asielaanvraag ingediend, maar de minister heeft niet tijdig beslist. Eiser heeft op 24 november 2025 en opnieuw op 28 november 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft op 5 januari 2026 het beroep van 24 november 2025 gegrond verklaard en de minister opgedragen om binnen twee weken een besluit op de aanvraag bekend te maken, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding van de termijn, tot een maximum van € 15.000,-. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en beoordeelt ambtshalve of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. De rechtbank concludeert dat dit niet het geval is, omdat er al een beslissing is genomen op het eerdere beroep. Daarom is het onderhavige beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58587

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 12 september 2022.
1.1.
Eiser heeft op 24 november 2025 en vervolgens nogmaals op 28 november 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 12 september 2022. Op 5 januari 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser van 24 november 2025 gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen om binnen twee weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. [1] Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van € 100,- voor elke dag dat de minister deze beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [2]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu de rechtbank reeds op het beroep van 24 november 2025 heeft beslist, is er geen belang meer bij de beoordeling het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van
K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

2.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).