ECLI:NL:RBDHA:2026:2412

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/684515 / JE RK 25-793
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en verstoorde ouderrelatie

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 9 januari 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 10 juli 2026. Dit besluit volgt op een eerdere verlenging tot 10 januari 2026 en is gebaseerd op een verzoek van de gecertificeerde instelling, die de situatie van de minderjarige nauwlettend volgt.

De feiten tonen aan dat de minderjarige het hulpverleningstraject bij Dappere Dino’s niet heeft kunnen afronden, wat nadelig is voor zijn ontwikkeling. De school uit ernstige zorgen over zijn leermogelijkheden en start met observaties en ondersteuning voor leerkrachten. De ouders zijn in een verstoorde relatie verwikkeld, met conflicten en het niet naleven van de zorgregeling, wat de situatie voor de minderjarige bemoeilijkt.

Zowel de moeder als de vader stemmen in met de verlenging, waarbij de moeder benadrukt dat de minderjarige ook thuis gedragsproblemen vertoont en de vader vraagt om een nieuwe vaste jeugdbeschermer vanwege frustraties over de gecertificeerde instelling. De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 10 juli 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/684515 / JE RK 25-793
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 4 juli 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 10 januari 2026. De behandeling van het verzoek (dat strekte tot verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar) is voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 4 juli 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 2 januari 2026.
1.3.
Op 9 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de vader;
- de moeder.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 4 juli 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de op basis van het oorspronkelijke verzoek resterende duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De zorgen zijn het afgelopen half jaar toegenomen. Het hulpverleningstraject van [de minderjarige] bij Dappere Dino’s is geëindigd omdat [de minderjarige] slechts naar enkele afspraken is geweest. Dit betekent dat [de minderjarige] het traject volledig opnieuw zal moeten doorlopen. Tegelijkertijd vraagt de gecertificeerde instelling zich af of opnieuw starten een positief effect op [de minderjarige] zal hebben, aangezien er nog onverminderd sprake is van strijd tussen de vader en de moeder en de scheidingssituatie dus nog actief is. De school van [de minderjarige] maakt zich daarnaast ernstig zorgen over [de minderjarige] en zijn leermogelijkheden. Recent heeft er op school een Multi Disciplinair Overleg plaatsgevonden. Daarin is besloten om een steunpunt in te zetten om observaties uit te voeren en de leerkrachten te ondersteunen in het traumasensitief lesgeven.. De vader en de moeder moeten aan de slag gaan met behandeling voor hun eigen problematiek. Alleen dan zal [de minderjarige] voldoende rust en stabiliteit ervaren om weer te kunnen starten met een individuele behandeling.. Voor zover de gecertificeerde instelling weet, heeft de vader momenteel geen hulpverlening. De moeder staat onder behandeling van Fivoor, maar heeft sinds kort nieuwe behandelaren. Het traject om de onderlinge communicatie tussen de vader en de moeder te verbeteren, is spaak gelopen. De vader en de moeder zijn weer terug bij af als het gaat om uitschelden, het maken van verwijten, het elkaar bedreigen en het elkaar niets gunnen en het belang van [de minderjarige] verdwijnt hierdoor volledig naar de achtergrond. Ook wordt de zorgregeling betreffende het contact tussen [de minderjarige] en zijn vader niet altijd nageleefd en hebben de ouders nog geen overeenstemming bereikt over een ouderschapsplan.

4.De standpunten

4.1.
Door de moeder is ingestemd met het verzochte. Ter zitting is door de moeder naar voren gebracht dat [de minderjarige] het gedrag dat hij op school vertoont, ook thuis laat zien. Ze vindt het belangrijk dat [de minderjarige] hulp krijgt op school. De relatie met haar nieuwe partner staat in de pauzestand. Hij komt zo nu en dan langs en de emoties lopen dan soms hoog op. De moeder vindt het ook belangrijk dat er rust komt tussen haar en de vader. De moeder heeft hulpverlening vanuit Fivoor. Ze krijgt ook ondersteuning bij de opvoeding van haar andere kinderen en ervaart dit als helpend.
4.2.
Door de vader is ingestemd met het verzochte, maar hij geeft ook aan dat hij graag een nieuwe vaste jeugdbeschermer wil. De vader vraagt zich af wat de gecertificeerde instelling de afgelopen jaren heeft gedaan. Er is namelijk nog steeds geen ouderschapsplan vastgesteld en veiligheidsafspraken ontbreken ook. Het frustreert hem daarnaast dat wanneer hij contact opneemt met de gecertificeerde instelling om iets voor te leggen, hij geen antwoord krijgt. De vader maakt zich zorgen om de veiligheid van [de minderjarige] , met name vanwege het middelengebruik in de thuissituatie bij de moeder en de aanwezigheid aldaar van haar nieuwe partner. De vader vindt het verder niet wenselijk dat [de minderjarige] omgaat met een vier jaar oudere buurjongen die weleens (fysiek) ruzie met hem maakt. Hij benoemt daarnaast dat [de minderjarige] minimaal de helft van het traject van Dappere Dino’s heeft gevolgd. Er zijn enkele afspraken geweest waar [de minderjarige] niet naar toe kon, maar dit was geen onwil, maar had te maken met ziekte, problemen met de auto, het vieren van pakjesavond op 4 december 2025 en met nieuwjaarsdag. Binnenkort start de vader met individuele behandeling gericht op emotieregulatie.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De zorgen over de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] , waar in de beschikking van 4 juli 2025 melding van is gemaakt, zijn de afgelopen periode toegenomen. [de minderjarige] heeft het hulpverleningstraject Dappere Dino’s niet kunnen afronden. Wat de reden daarvoor is, is de kinderrechter niet volledig duidelijk geworden. Feit is dat het niet is afgerond en dit is nadelig voor de ontwikkeling van [de minderjarige] . Ook door school worden zeer ernstige zorgen geuit. Dit heeft ertoe geleid dat er zal worden gestart met observaties op school en ondersteuning voor de leerkrachten van [de minderjarige] . Het is mogelijk dat er naar aanleiding van deze observaties aanvullende hulpverlening op school moet worden opgestart. De ouders van [de minderjarige] zetten hun strijd ook nog steeds voort. Hun onderlinge relatie is nog altijd ernstig verstoord. Recent is er sprake geweest van meerdere incidenten, ook in relatie tot nakoming van het eerder vastgestelde ouderschapsplan. Ter zitting hebben beide ouders laten zien dat constructief communiceren hen niet lukt. De vader en de moeder lijken elkaar met hun uitlatingen te triggeren, waardoor de emoties telkens hoog oplopen, met stemverheffing tot gevolg. Systemische hulp, die noodzakelijk wordt geacht is, mede hierdoor, vastgelopen. Het wegnemen van de zorgen over [de minderjarige] in het vrijwillig kader is in de huidige situatie niet mogelijk. [de minderjarige] heeft al meerdere keren laten weten dat hij wil dat zijn ouders stoppen met ruzie maken. Het is van belang dat de vader en de moeder aan de slag gaan met hun persoonlijke problematiek en werken aan hun onderlinge relatie. Er moet rust worden gecreëerd. Dit is voor beide ouders noodzakelijk, maar met name voor [de minderjarige] en zijn ontwikkeling.
5.3.
Gelet op het voorgaande wijst de kinderrechter ook het resterende deel van het oorspronkelijke verzoek van de gecertificeerde instelling toe, hetgeen betekent dat de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] nog zes maanden zal doorlopen.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 10 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 door
mr. J.E. Bierling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.