ECLI:NL:RBDHA:2026:2453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden wegens niet voldoen aan voorwaarden
Eiser heeft op 30 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’. De minister heeft deze aanvraag op 13 december 2024 afgewezen en het bezwaar van eiser op 28 januari 2025 ongegrond verklaard. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld.
De rechtbank overweegt dat eiser sinds 16 oktober 2023 niet meer op hetzelfde adres woont als de verblijfgever en dat het huwelijk op 20 december 2024 is ontbonden. Hierdoor voldoet eiser niet aan de voorwaarden van artikel 3.51 van het Vreemdelingenbesluit 2000 voor verlenging van zijn verblijfsvergunning. Ook het subsidiaire beroep op voortgezet verblijf op grond van artikel 6 van Pro Besluit 1/80 faalt omdat eiser geen aanvraag heeft ingediend voor verblijf op grond van arbeid in loondienst.
De rechtbank verwijst naar de arresten Baris-Unal en Kus, maar stelt dat deze niet van toepassing zijn in deze zaak. De minister is niet gehouden ambtshalve te toetsen aan artikel 6 van Pro Besluit 1/80. Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor wijziging van zijn verblijfsrecht.