ECLI:NL:RBDHA:2026:2480

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
09-140355-19
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 SvArt. 77s SrArt. 77ta SrArt. 6:6:32 SvArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging PIJ-maatregel met voorwaardelijke beëindiging en bijzondere voorwaarden

De rechtbank Den Haag behandelde op 19 januari 2026 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een veroordeelde die sinds 17 maart 2020 deze maatregel ondergaat. De maatregel was eerder verlengd tot april 2025 en de behandeling richtte zich op het Scholings- en Trainingsprogramma (STP).

De veroordeelde toonde positieve ontwikkelingen, zoals het volgen van dagbesteding en het wonen bij een instelling voor beschermd wonen. Echter, het cannabisgebruik bleef een aandachtspunt, waarbij een eerdere THC-afkapwaarde niet werd nageleefd. Na een time-out in oktober 2025 functioneert de veroordeelde beter, maar blijft er een matig tot hoog recidiverisico bij het wegvallen van de maatregel.

De officier van justitie wilde verlenging om de overgang naar beëindiging geleidelijk te laten verlopen, terwijl de raadsman betoogde dat verlenging averechts werkt en geen vertrouwen heeft in gedragsverandering omtrent cannabisgebruik. De rechtbank oordeelde dat alleen cannabisgebruik geen reden is voor verlenging en dat de maatregel daarom niet wordt verlengd.

De PIJ-maatregel eindigt voorwaardelijk met een duur van een jaar vanaf 2 februari 2026. De rechtbank stelt bijzondere voorwaarden vast, waaronder toezicht door reclassering, een softdrugsverbod dat kan worden opgelegd bij verslechtering, een mogelijke traumabehandeling, en verplichtingen omtrent wonen, dagbesteding, middelengebruik, financiën en contact met hulpverleners.

De reclassering krijgt opdracht tot toezicht en begeleiding om de naleving van de voorwaarden te waarborgen en de resocialisatie te ondersteunen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verlenging van de PIJ-maatregel af, waardoor deze voorwaardelijk eindigt met bijzondere voorwaarden voor toezicht en begeleiding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 09-140355-19
Datum uitspraak: 2 februari 2026
Beslissing op de op 5 december 2025 bij de griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in de zaak tegen:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
thans verblijvende bij [instelling] te [plaats] ,
BRP adres: [adres] ,
die bij vonnis van de rechtbank Den Haag op 17 maart 2020 is veroordeeld tot de maatregel
van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel), onherroepelijk
geworden op 1 april 2020.

De vordering

De officier van justitie heeft gevorderd dat de (termijn van de) PIJ-maatregel wordt verlengd met 120 dagen.

De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in deze zaak, waaronder:
 het op 21 november 2025 uitgebrachte advies, opgesteld door [naam 1] , werkzaam als gedragsdeskundige bij JJI Lelystad, om de PIJ-maatregel te verlengen met 120 dagen, en de daarbij overgelegde aantekeningen;
 het veertiende YouTurn perspectiefplan van 15 mei 2025;
 het YouTurn STP-plan van 24 juni 2025;
 het reclasseringsadvies van 27 november 2025 van [naam 2] (reclasseringsmedewerker) en [naam 3] (unitmanager).
De rechtbank heeft op 19 januari 2026 de vordering in openbare raadkamer behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
 de veroordeelde en zijn raadsman, mr. M. Rasterhoff;
 de officier van justitie, mr. M. de Vries;
 de deskundige [naam 4] , behandelcoördinator, verbonden aan Pluryn JJI Lelystad;
 de deskundigen [naam 2] en [naam 5] , reclasseringsmedewerkers van Tactus Reclassering Flevoland.

Het advies

Uit het advies van 21 november 2025 en de toelichting van de deskundigen ter zitting blijkt het volgende. Sinds de laatste verlenging van de PIJ-maatregel heeft de behandeling van de veroordeelde zich voornamelijk gericht op het vormgeven van het Scholings- en Trainingsprogramma (hierna: het STP). De veroordeelde is daarom in mei 2025 begonnen met een betaalde baan in de groenvoorziening buiten de Justitiële Jeugdinrichting (hierna: de JJI). De overgang naar een externe werkomgeving bleek echter te groot en daarom heeft de veroordeelde zelf besloten om met deze baan te stoppen. Vervolgens is in overleg met alle betrokkenen besloten dat de veroordeelde zijn STP zou gaan doorlopen bij [instelling] in [plaats] , waar 24-uurszorg in de vorm van begeleiding, behandeling en dagbesteding wordt aangeboden. De veroordeelde is daar op 21 juli 2025 officieel gaan wonen. Bij de start van het STP was de veroordeelde terughoudend en gesloten. Hij hield zich aan regels en afspraken, maar was afwachtend in het contact. Gedurende het STP werd gezien dat de veroordeelde steeds opener werd, meer toenadering zocht en actiever werd tijdens de dagbesteding. Een belangrijk aandachtspunt tijdens het STP was en is het gebruik van cannabis omdat veelvuldig gebruik van dat middel tot risico’s leidt. Er is daarom in eerste instantie een THC-afkapwaarde van < 500 vastgesteld, maar het lukte de veroordeelde niet zich hieraan te houden. Daarbij toonde hij weinig motivatie en probleembesef om dit te veranderen. Er is meermaals met de veroordeelde gesproken en er zijn waarschuwingen gegeven, maar dat heeft niet tot verandering geleid. Verder had de veroordeelde veel onduidelijkheid over zijn financiële situatie, waardoor hij veel stress ervaarde. Daarom is op 23 oktober 2025 een time-out ingezet en is de veroordeelde tijdelijk overgeplaatst naar de JJI. Tijdens de time-out is met alle betrokkenen gesproken over het STP en de voortzetting daarvan. Er is besloten dat het STP kon worden voorgezet met alle voorwaarden, maar zonder een THC-afkapwaarde. Van de veroordeelde wordt nu verwacht dat hij deelneemt aan minimaal 26 uur per week dagbesteding bij [instelling] en dat hij zich coöperatief, benaderbaar en begeleidbaar opstelt richting alle hulpverleners. Het verlengen van de
PIJ-maatregel is noodzakelijk om deze ontwikkeling te blijven monitoren. De komende maanden zijn nodig om ervoor te zorgen dat de veroordeelde verder stabiliseert, waarbij de JJI op de achtergrond beschikbaar kan blijven voor een eventuele time-out of voor advies.

De standpuntenDe officier van justitie heeft de vordering gehandhaafd. Zij heeft ter onderbouwing daarvan naar voren gebracht dat de veroordeelde weliswaar een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar dat nog steeds sprake is van een precaire situatie, mede gelet op de time-out van oktober 2025. De officier van justitie vindt het dan ook noodzakelijk dat dePIJ-maatregel nog vier maanden voortduurt, zodat de overgang naar de voorwaardelijke beëindiging geleidelijk verloopt en er nog mogelijkheden blijven tot contact met de JJI en een eventuele time-out kan worden ingezet. Daarna zal worden overgegaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.

De raadsman van de veroordeelde heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Op 1 april 2025 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel voor 9 maanden verlengd, omdat het STP (dat 6 maanden duurt) nog niet was begonnen. Uiteindelijk is het STP in juli 2025 begonnen en dus zijn er inmiddels 6 maanden STP verstreken. De raadsman is van mening dat het opnieuw verlengen van de PIJ-maatregel een verkeerd signaal afgeeft richting de veroordeelde en averechts zal werken. Daar komt bij dat in de afgelopen jaren is gebleken dat het blowen een probleem is en blijft; de raadsman heeft er geen vertrouwen in dat daar met een verlenging van 120 dagen nog verandering in zal komen. Ten aanzien van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden bij een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel heeft de raadsman naar voren gebracht dat het niet in het belang van de veroordeelde is dat door de reclassering een softdrugsverbod kan worden opgelegd. Dat zal geen positief effect hebben op de veroordeelde, nu het cannabisgebruik altijd een issue zal blijven. Het opleggen van een behandelverplichting is evenmin noodzakelijk.
De reclasseringsmedewerkers hebben ter zitting toegelicht dat de veroordeelde zich aan de afspraken houdt en goed functioneert, ondanks dat de eerder vastgestelde THC-afkapwaarde niet meer wordt gehandhaafd. Deze positieve ontwikkeling is echter pas ontstaan na de time-out in de JJI in oktober 2025. Het is daarom belangrijk dat deze lijn de komende maanden wordt doorgezet. De reclasseringsmedewerkers vinden het belangrijk dat de JJI de komende maanden betrokken blijft voor advies of voor een eventuele time-out. Verder is het de bedoeling dat de veroordeelde bij [instelling] blijft wonen omdat gezien wordt dat hij zich daar veilig voelt en profiteert van hetgeen wordt geboden. Op termijn kan hij doorstromen naar een meer zelfstandige woning van [instelling] . Ten aanzien van de traumabehandeling hebben de reclasseringsmedewerkers naar voren gebracht dat die behandeling alleen effect zal hebben als de veroordeelde hiervoor open staat en gemotiveerd is. Dat is nu niet het geval en daarom is dat voor nu geen vereiste voor zijn verdere resocialisatie.

De beoordeling

Op grond van artikel 6:6:31 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) juncto artikel 77s lid 1 sub b en c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan een PIJ-maatregel - voor zover hier van belang - slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel eist en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan beide voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen door de deskundigen ter zitting is toegelicht blijkt dat de veroordeelde binnen de kaders van de PIJ-maatregel een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken, gaat naar zijn dagbesteding en is goed in contact met de begeleiders en hulpverleners. De veroordeelde krijgt binnenkort een Wajong-uitkering en kan voor langere tijd bij [instelling] blijven wonen en eventueel op termijn doorstromen naar een meer zelfstandige woonvorm van [instelling] . Tegelijkertijd ziet de rechtbank dat de veroordeelde in oktober 2025 voor een time-out is teruggeplaatst in de JJI en dat is vastgesteld dat er nog steeds sprake is van een matig tot hoog recidiverisico bij het wegvallen van de kaders van de PIJ-maatregel. De terugplaatsing in de JJI was met name ingegeven door het feit dat het de veroordeelde niet lukte om zich aan de afgesproken THC-afkapwaarde te houden. De rechtbank stelt vast dat deze
THC-afkapwaarde nu niet meer van toepassing is en de veroordeelde de ruimte krijgt om cannabis te gebruiken, mits hij zich aan de voorwaarden van het STP-plan houdt en het cannabisgebruik zijn dagelijks functioneren niet negatief beïnvloedt. Na de time-out werd gezien dat het de veroordeelde lukt zich aan voornoemde voorwaarden te (blijven) houden en dat hij goed functioneert. Zijn financiën zijn op orde. Hoewel de time-out nog maar recent is geweest, functioneert de veroordeelde in het kader van de nieuwe afspraken naar behoren en niet valt in te zien dat een verlenging van 120 dagen dan nog strikt noodzakelijk is. De rechtbank is het met de raadsman eens dat het cannabisgebruik van de veroordeelde altijd een onderwerp van discussie zal blijven, maar dat alleen dat geen reden is om de PIJ-maatregel te verlengen. Van andere prangende redenen voor een verlenging is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek tot verlenging van de PIJ-maatregel afwijzen.
Nu de rechtbank de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel zal afwijzen, zal de maatregel van rechtswege voorwaardelijk eindigen. Op grond van artikel 77ta Sr gelden dan van rechtswege de hierna te noemen algemene voorwaarden. Ingevolge artikel 6:6:32, derde lid Sv kunnen tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel bijzondere voorwaarden worden gesteld. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de veroordeelde als ook in het belang van de maatschappij noodzakelijk is dat aan de voorwaardelijke beëindiging dergelijke voorwaarden worden verbonden.
De veroordeelde moet zich daarbij realiseren dat de JJI wegvalt als verantwoordelijke instantie op de achtergrond. Bij het zich niet houden aan de voorwaarden bestaat in principe geen mogelijkheid meer tot het inzetten van een time-out of het vragen van advies. De veroordeelde loopt dan het risico op een terugmelding aan de officier van justitie. Gelet op het verloop van de resocialisatie van de veroordeelde tot nu toe, is het noodzakelijk dat hij zich gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel naast de van rechtswege geldende voorwaarden ook houdt aan bijzondere voorwaarden. Daarom zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden overnemen.
Ten aanzien van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden overweegt de rechtbank dat aanleiding bestaat deze volledig over te nemen. De raadsman heeft ten aanzien van de geadviseerde voorwaarde betreffende het middelengebruik aangegeven dat een eventueel softdrugsverbod (cannabis) een negatief effect op de veroordeelde zal hebben. De rechtbank is echter van oordeel dat het belangrijk is dat de reclassering instrumenten in handen heeft om in te grijpen in de vorm van een softdrugsverbod op het moment dat het algeheel functioneren van de veroordeelde verslechtert door het gebruik van cannabis. Ter zitting is gebleken dat de reclassering hier reeds op een verstandige wijze mee omgaat en hierover met de veroordeelde in gesprek blijft. Dit maakt dat de rechtbank er vertrouwen in heeft dat de reclassering bij het eventueel opleggen van een dergelijk verbod de belangen van de veroordeelde zal laten meewegen. De veroordeelde moet zich daarbij realiseren dat het van groot belang is dat hij open blijft over zijn cannabisgebruik en ervoor zorgt dat zijn cannabisgebruik zijn dagelijks functioneren niet negatief gaat beïnvloeden. Daarnaast overweegt de rechtbank ten aanzien van de geadviseerde verplichting tot het volgen van traumabehandeling dat deze ook zal worden opgenomen als voorwaarde met daarbij de aanvulling dat dit alleen wordt ingezet door de reclassering ‘zodra en indien de reclassering dit nodig vindt’. Ter zitting heeft de reclassering hierover opgemerkt dat traumabehandeling alleen effect heeft als de veroordeelde hiervoor open staat en gemotiveerd is en dat traumabehandeling op dit moment niet zal gelden als vereiste in het resocialisatietraject. De rechtbank wil de reclassering alle mogelijkheden bieden om de veroordeelde in het kader van de voorwaardelijke beëindiging te begeleiden en waar nodig bij te sturen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie af, zodat van rechtswege de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel ingaat voor de duur van een jaar, zijnde vanaf 2 februari 2026;

stelt, naast de van rechtswege geldende voorwaarden dat de veroordeelde:

  • zich ten tijde van de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of ter inzage een identiteitsbewijs aanbiedt als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht en
- medewerking verleent aan het toezicht door de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet dan wel van een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 14c, zesde lid; inhoudende als volgt:
o de veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering; de reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is. De veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering;
o de reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
o de veroordeelde verstrekt een actuele foto aan de reclassering waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
o de veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken;
o de veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
o de veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
o de veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;
o de veroordeelde gaat niet zonder toestemming van de reclassering naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden;
als bijzondere voorwaarden vast, dat de veroordeelde gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel:
- zich laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke hulpverlener, zodra en indien de reclassering dit nodig vindt. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dit nodig vindt;
- verblijft bij [instelling] in Almere of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf is reeds aangevangen en duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- geen (hard)drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd. Het is de veroordeelde toegestaan softdrugs (cannabis) te gebruiken, zolang de veroordeelde hier openheid van zaken over geeft en zich hier op laat controleren met urineonderzoek. Wanneer wordt waargenomen dat het
middelengebruik van de veroordeelde een negatieve invloed heeft op zijn algeheel functioneren, is het toegestaan voor de reclassering om alsnog een verbod op het gebruik van cannabis op te leggen;
- geen alcohol gebruikt en meewerkt een urine- en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;
- zich inspant voor het vinden en behouden van (on)betaald werk, een opleiding en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
De rechtbank geeft opdracht aan
Tactus Reclassering Flevolandtot het houden van toezicht op de naleving van voormelde algemene en bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van de veroordeelde ten behoeve daarvan.
Deze beslissing is gegeven te Den Haag door
mr. C.M. Koole, kinderrechter, voorzitter,
mr. A.M.A. Keulen, kinderrechter,
en mr. J.E. Bierling, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. E.M.C. Mulders, griffier,
en uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026.