ECLI:NL:RBDHA:2026:2494

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
C/09/693174 / HA RK 25-593
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvullende beschikking tot uitvoerbaarheid bij voorraad in civiele zaak Eukairos tegen STAK en belanghebbenden

Eukairos Holding B.V. heeft de rechtbank Den Haag verzocht om aanvulling van de beschikking van 29 januari 2026, met name om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Diverse belanghebbenden hebben zich over het verzoek uitgelaten, waarbij sommigen het verzoek ondersteunden en anderen zich aan het oordeel van de rechtbank hebben overgelaten.

De rechtbank oordeelt dat zij in de eerdere beschikking heeft verzuimd te beslissen over het onderdeel van het verzoek dat Eukairos heeft ingediend. Op grond van artikel 32 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de rechter verplicht om zijn beschikking aan te vullen indien hij een onderdeel van het verzochte niet heeft beslist.

De rechtbank besluit daarom de beschikking van 29 januari 2026 aan te vullen door de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, partijen de mogelijkheid te geven zich schriftelijk uit te laten uiterlijk 26 februari 2026, en verdere beslissingen aan te houden. Deze aanvulling wordt op de minuut van de oorspronkelijke beschikking vermeld en de griffie wordt verzocht de grosse terug te ontvangen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aanvulling toe en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer / rekestnummer: C/09/693174 / HA RK 25-593
Aanvullende beschikking van 11 februari 2026
in de zaak van
EUKAIROS HOLDING B.V.te Gouda,
verzoekster,
hierna te noemen: Eukairos,
advocaat: mr. T.R.B. De Greve,
tegen
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR [bedrijf]
te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de STAK,
niet verschenen,
en de belanghebbenden:

1.[naam 1] te [woonplaats 1] (Duitsland),

hierna te noemen: [naam 1] ,
niet verschenen,

2.[bedrijf] B.V. te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [bedrijf] ,
niet verschenen,

3.ORANJEWOUD N.V. te Gouda,

hierna te noemen: Oranjewoud,
advocaat: mr. S.W.A.M. Visée,

4. STRUKTON GROEP B.V. te Utrecht,

hierna te noemen: Strukton,
advocaat: mr. S.W.A.M. Visée,

5. ANTEA GROUP HOLDING B.V. te Heerenveen,

hierna te noemen: Antea,
advocaat: mr. S.W.A.M. Visée,

6.[naam 2] te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [naam 2] ,
advocaat: mr. J.E.S. Hamster,

7.[naam 3] te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [naam 3] ,
advocaat: mr. T.R.B. De Greve,

8.[naam 4] te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [naam 4] ,
advocaat: mr. T.R.B. De Greve,

9.[naam 5] te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [naam 5] ,
advocaat: mr. T.R.B. De Greve,

10. [naam 6] te [woonplaats 3] ,

hierna te noemen: [naam 6] ,
advocaat: mr. P.L. Tjiam,
De STAK, [bedrijf] en [naam 1] worden hierna gezamenlijk genoemd: [bedrijf] c.s. Oranjewoud, Strukton en Antea worden hierna gezamenlijk genoemd: Oranjewoud c.s.

1.Het verzoek tot aanvulling

1.1.
Op 29 januari 2026 heeft Eukairos de rechtbank verzocht om aanvulling van de op 29 januari 2026 in deze zaak gegeven beschikking. Namens Eukairos is verzocht de beslissing, voor zover mogelijk, alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren (hierna: het verzoek).
1.2.
Op 4 februari 2026 hebben [naam 4] , [naam 5] en [naam 3] te kennen gegeven het verzoek van Eukairos te ondersteunen. Op 5 februari 2026 hebben Oranjewoud c.s. en [naam 2] kenbaar gemaakt zich ten aanzien van het verzoek aan het oordeel van de rechtbank te refereren.
1.3.
Gezien hetgeen door de rechtbank overwogen onder randnummers 4.2. tot en met 4.4. van de beschikking van 29 januari 2026, moeten [bedrijf] c.s. niet bereikbaar worden geacht. [bedrijf] c.s. zijn dan ook niet om een reactie op het verzoek van Eukairos verzocht.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 32 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn beschikking aan als hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het verzochte.
2.2.
De rechtbank oordeelt dat in de beschikking van 29 januari 2026 is verzuimd te beslissen over het onderdeel van het verzoek zoals Eukairos op 29 januari 2026 heeft omschreven. De rechtbank zal het verzoek tot aanvulling van de beschikking dan ook toewijzen als volgt.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat na randnummer 5.3. van de op 29 januari 2026, in plaats van de daarna opgenomen beslissingen het volgende wordt ingevoegd:
“5.4. verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
geeft de verschenen partijen de mogelijkheid om zich uiterlijk op
26 februari 2026 schriftelijk uitlaten zoals bedoeld onder 4.25 en 4.26;
5.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.”
3.2.
bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 11 februari 2026 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 29 januari 2026,
3.3.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van de beschikking van 29 januari 2026 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.