Verzoeker heeft op 2 april 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 november 2023. Tijdens de procedure heeft verweerder alsnog een besluit genomen op 30 januari 2026. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en alsnog een besluit heeft genomen, is verweerder geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen aan verzoeker.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Dit bedrag is vastgesteld op basis van één punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5, passend bij de lichte aard van het beroep dat alleen ziet op het niet tijdig beslissen.