ECLI:NL:RBDHA:2026:2498

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
NL25.14732
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten wegens niet-tijdig beslissen mvv-aanvraag

Verzoeker heeft op 27 maart 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een mvv-nareis van 22 juni 2024. Op 2 september 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het alsnog nemen van een besluit tijdens het beroep geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de minister opleggen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467,-, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de minister verplicht is het griffierecht van € 194,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 9 februari 2026 door rechter E.J. Govaers.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker wegens het niet tijdig beslissen op de mvv-aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14732

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoekerV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. Y.G.F.M. Coenders),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 27 maart 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een mvv nareis van 22 juni 2024.
Op 2 september 2025 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en alsnog een besluit heeft genomen op deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen, is verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 934,- met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467,- (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 9 februari 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.