Verzoeker heeft op 27 maart 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een mvv-nareis van 22 juni 2024. Op 2 september 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het alsnog nemen van een besluit tijdens het beroep geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de minister opleggen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467,-, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de minister verplicht is het griffierecht van € 194,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 9 februari 2026 door rechter E.J. Govaers.