Verzoeker heeft op 25 maart 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een mvv nareis van 19 juli 2024. Op 13 januari 2026 heeft de minister alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het alsnog besluit neemt tijdens een beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank stelt vast dat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en daarmee geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan verzoeker.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt de minister tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Deze kosten zijn vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5 is toegepast, passend bij de lichte aard van het beroep.