3.3.Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1700-2025363137 (onderzoek Austin/RT4R025182) van de politie eenheid Rotterdam, districtsrecherche Rotterdam-Zuid (p. 1 t/m 274).
1. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever van [slachtoffer], opgemaakt op 20 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 5-7):
Op maandag 20 oktober 2025 ging ik om ongeveer 01:00 uur slapen. Ik was alleen in mijn huis aan de [adres 1] te Rotterdam. Op een gegeven moment werd ik wakker gemaakt. Ik hoorde dat iemand aan het praten was en mij aanraakte. Ik zag dat er naast mij, bij het hoofdeinde, een man stond en dat er een tweede man stond bij het voeteneinde. Ik zal de man die bij mijn hoofdeinde stond dader 1 noemen en de man die bij het voeteneinde stond dader 2. Ik had al snel door dat het
goed mis was. Ik schrok enorm. Ik hoorde dader 1 zeggen "Ik wil je pincode" of woorden van gelijke strekking. Toen begon ik te schreeuwen dat ze weg moesten gaan. Ik hoorde dader 1 zeggen dat ik mij rustig moest houden en mijn pincode moest geven. Ik lag op dat moment nog in bed. Ik heb vervolgens een kleine wekker gepakt en daarmee heb ik geprobeerd dader 1 te slaan. Ik merkte dat dit niet ging werken en dat ik die jongens niet weg kreeg met geschreeuw en commando's geven. Ik heb toen naar voren gereikt met mijn handen, richting dader 2. Want ik zag dat hij met zijn arm gestrekt stond en wees in mijn richting. Ik voelde toen ik mijn hand uitstrekte, zijn hand en iets van metaal dat koud was dat hij vast had. Ik schrok enorm, ik dacht gelijk aan een vuurwapen. Ik zei vervolgens tegen de jongens "Jongens, we moeten praten". Ik hoorde een van de daders zeggen: "Ik wil je pincode". Vervolgens zei ik: "We gaan naar beneden". Ik stapte uit bed en liep voor hen uit de trap af naar beneden. Ze liepen beiden achter mij aan, welke volgorde weet ik niet. Ik ben toen ik beneden kwam, direct rustig naar de voordeur gelopen en toen heb ik de deur geopend en ben ik naar buiten gerend. Toen ik buiten kwam stond ik op het paadje in mijn tuin, ongeveer halverwege. Ik ben toen hard om hulp gaan roepen. Ik zag dat een van de daders mijn huis uit kwam lopen en langs mij heen de tuin uit rende. De andere dader kwam zo'n 10 á 20 seconden later naar buiten en volgde hem. Vanuit het niets werd ik door deze dader vanaf de zijkant hard op mijn gezicht geslagen. Het was erg hard en deed pijn. Dit deed hij in het voorbijgaan. Dit was zo hard, dat ik in het perkje in mijn tuin viel. Hierdoor heb ik ook een wond aan mijn enkel opgelopen. En door de klap die ik kreeg had ik enorme pijn in mijn kaak. Ik bloedde ook bij mijn mond, hier zijn wondjes ontstaan door de klap. De daders ging er lopend vandoor. Ik ben vervolgens naar binnen gegaan en ik heb 112 gebeld. Dit was om 04:56 uur. Toen was dit alles dus net gebeurd.
V: Welke goederen mist u uit uw woning?
A: Uit mijn portemonnee, die in de woonkamer lag, een geldbedrag van ongeveer Euro 80,-. Dit waren briefjes van E20, E10 en nog een van E5. Mijn rijbewijs, welke ook in mijn portemonnee zat en mijn Credit Card van ICS Mastercard Gold. Verder lag er in de woonkamer op een tafeltje nog een envelop met hierin 100 (honderd) Zwitserse Frank. De envelop ligt er nog, maar het geld is eruit gehaald.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 12):
Op dinsdag 21 oktober 2025 zagen wij, verbalisanten, dat aangeefster [slachtoffer] naar buiten kwam en naar ons toeliep. Zij deelde ons mede dat zij haar woning aan het opruimen was en dat zij mogelijk ook haar AirPods miste welke bij haar iPhone 13 hoorde. Hierop hebben wij via de app Find my iPhone gekeken of we de AirPods konden traceren. Wij zagen dat zowel het linker- als het rechteroortje als locatie aan gaf: [adres 2], [postcode] [plaats 2] met daarbij de tekst in het rood: 16 uur geleden.
3. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 19 januari 2026, voor zover inhoudende:
We hebben de auto geparkeerd en zijn naar de woning gelopen. Ik had een speelgoedpistool bij me en ik had ook het gezichtsmasker meegenomen dat is aangetroffen in de woning. Ik ben op het balkon geklommen en via de balkondeur de woning binnengegaan. Ik ben naar beneden gelopen en heb de voordeur opengemaakt voor de meneer die daar zit (de rechtbank begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte]). Vervolgens heb ik wat spullen meegenomen. Ik ben naar de slaapkamer gegaan. Ik stond aan het voeteneind van het bed van mevrouw. Ik heb het speelgoedpistool gepakt en naar voren gehouden. Die mevrouw ging er tegen aan slaan.
U, voorzitter, vraagt mij welke spullen ik heb meegenomen. Een koptelefoon, een muziekbox, een verrekijker. Het klopt dat ik geld heb meegenomen. U houdt mij voor dat de AirPods zijn aangeslagen op het adres waar ik op dat moment verbleef. Ja, dat klopt. Ik had de AirPods aangezet.
4. Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte, op 31 oktober 2025 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende:
U zegt dat er bij mij een huiszoeking is geweest en dat daar een zwart gasdruk wapen is gevonden. Ik heb dat in [land] gekocht, daar kun je met plastic bolletjes mee schieten. U vraagt of dat het wapen was dat ik bij mij had. Ja.
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 168-169):
Op verzoek van het onderzoeksteam, heb ik het op 28 oktober 2025 bij de verdachte [verdachte] in beslag genomen voorwerp onderzocht. Bij dit onderzoek dat ik heb uitgevoerd op 29 oktober 2025 heb ik gezien dat het voorwerp is een gaspistool voorzien van de merkaanduiding T4E Walther, type PPQ kaliber .43 en voorzien van het serienummer 20A51577.
Het aangetroffen en in beslag genomen gasdrukpistool vertoont voor wat betreft
vorm en afmetingen, een sprekende gelijkenis met een bestaand (echt) vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Walter, model PPQ en is derhalve voor bedreiging en/of afdreiging geschikt.
6. Het geschrift, te weten een Forensisch Medische Letselrapportage van FARR d.d. 24 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 10-11):
Betreffende: Mevr. [slachtoffer].
Letselbeschrijving op basis van letselbeoordeling op 21-10-2025.
Tijdens de letselbeoordeling werd letsel geconstateerd, gefotografeerd en nadien beschreven door ondergetekende.
1) Ter plaatse van de rechter wang is een vaag begrensde min of meer ovale vaag blauw-gele huidverkleuring zichtbaar van +/- 4,0cm bij +/- 3,5cm in doorsnede.
2) Ter plaatse van de bovenlip, aan de linker zijde, is een oppervlakkige huidverwonding zichtbaar van +/- 0,3cm bij +/- 0,3cm in grootte.
3) Ter plaatse van het slijmvlies van de bovenlip is zowel in de linker mondhoek als in de rechter mondhoek een verwonding zichtbaar.
4) Ter plaatse van de onderlip, aan de linker zijde is sprake van een gebied met oppervlakkige huidverwondingen in een gebied van +/- 1,0cm bij +/-0,5cm in grootte.
5) Ter plaatse van het slijmvlies van de onderlip is aan de rechter zijde een verwonding zichtbaar.
6) In het verloop van het onderkaakbot, aan de rechter zijde van het gelaat is een matig scherp begrensde min of meer paarse ronde huidverkleuring zichtbaar van +/-2,0cm in doorsnede.
7) In het verloop van het onderkaakbot, aan de rechter zijde van het gelaat zijn tevens twee puntvormige oppervlakkige huidbeschadigingen met korstvorming zichtbaar van maximaal 0,2cm in doorsnede.
8) Ter plaatse van het linker onderbeen, net boven het botachtig uitsteeksel van het enkelgewricht aan de buitenzijde is een min of meer ovale oppervlakkige huidbeschadiging zichtbaar van +/- 2,0cm bij +/- 1,0cm in doorsnede.
De afwijkingen beschreven onder 1) en 6) betreffen bloeduitstortingen.
De afwijkingen beschreven onder 2), 4), 7) en 8) betreffen schaafverwondingen.
De afwijkingen beschreven onder 3) en 5) betreffen tand door de lip letsels.
Een bloeduitstorting ontstaat door inwerking van uitwendig stomp, samendrukkend, omsnoerend of botsend geweld, of zuigkracht, bijvoorbeeld door stoten, schoppen, slaan met of tegen een hard voorwerp, krachtig vastpakken of zuigen.
Een schaafverwonding ontstaat door een schuivende krachtinwerking of druk op de huid, waarbij de opperhuid over een zekere afstand wordt afgeschraapt, zoals bij schuren over een hard oppervlak of schuiven van een min of meer ruw oppervlak of voorwerp over de huid.
Tand door de lip letsel ontstaat door de uitoefening van een stompe kracht op de lip. Door de botsing perforeert de tand (of meerdere tanden) de lip.
7. Het proces-verbaal van forensisch onderzoek woning ([adres 1] te Rotterdam), opgemaakt op 28 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 200, 202):
Op maandag 20 oktober 2025 omstreeks 06:00 uur kwam ik, naar aanleiding van een overval in een woning, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 1], te Rotterdam.
Ik heb de nagels van het slachtoffer bemonsterd met de daarvoor bestemde nagelbemonsteringset, voorzien van het SIN NAAA5169NL.
8. Een verslag van een deskundige, te weten een NFI-rapport met zaaknummer 2025.10.21.025 (aanvraag 002 en 003) d.d. 29 december 2025, voor zover inhoudende (p. 223-224):
DNA-mengprofiel NAAA5169NL#04 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] en verdachte [verdachte], dan wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] en een
willekeurige onbekende persoon.