Eiser heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een functie als zzp-er bij een zorginstelling, maar deze aanvraag is door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie afgewezen vanwege justitiële gegevens die wijzen op ernstige strafbare feiten, waaronder medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en diefstal met geweldpleging. De strafzaak is nog in behandeling.
Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn positieve gedragsverandering, de lage recidivekans volgens de reclassering, het ontbreken van eerdere veroordelingen en zijn waardevolle bijdrage aan de maatschappij. Verweerder baseert de afwijzing op het screeningsprofiel voor de gezondheidszorg en de beleidsregels VOG-NP-RP 2024, waarbij het risico voor de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen, mede vanwege de ernst van de feiten, het beperkte tijdsverloop sinds de feiten en het verschil in weergave tussen eiser en het Openbaar Ministerie. De reclasseringinschatting is onvoldoende om het risico in het kader van de functie te verlagen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af.