Uitspraak
Vervangende toestemming erkenning
Beschikkingop het op 8 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de man],
[de moeder],
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1],
Vernietiging erkenning
Beschikkingop het op 2 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
[de man],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het F9-formulier van 21 augustus 2024 van de man;
- het F9-formulier van 3 september 2024 van de man;
- het verslag van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 28 oktober 2024 van de moeder;
- het F9-formulier van 28 oktober 2024 van de man;
- het verweerschrift van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 3 december 2025 van de man.
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 7 april 2025 van de man;
- het F9-formulier van 3 april 2025 van de moeder;
- het verslag van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 24 juni 2025 van de man.
Mondelinge behandeling
gecombineerdter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Verzoek en verweer
- hem vervangende toestemming als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te verlenen, zodat hij de minderjarige [minderjarige 1] kan erkennen;
- een zorg- en contactregeling vast te stellen tussen de man en [minderjarige 1], waarbij de zorgregeling wordt uitgebouwd naar een contactregeling van een weekend in de veertien dagen en de helft van de vakanties en feestdagen; en aan de moeder een informatieverplichting op teleggen, waarbij de man maandelijks wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van [minderjarige 1], vergezeld van een foto;
- de man samen met de moeder het ouderlijk gezag toe te kennen,
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben samengeleefd.
- Uit de moeder is op [geboortedatum 2] 2018 de minderjarige [minderjarige 2] te [geboorteplaats 2] geboren.
- De man heeft [minderjarige 2] erkend.
- Partijen zijn daarna ouders geworden van de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats 1].
- [minderjarige 1] is door de man is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over beide kinderen.
- De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning van [minderjarige 1] door de man.
- De moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Surinaamse nationaliteit.
- Bij beschikkingen van deze rechtbank van 12 september 2024 (C/09/671210) en
Beoordeling
zes maanden aanhouden, te weten tot 15 juli 2026.
pro forma aanhouden tot 15 juli 2025. De rechtbank overweegt dat indien de man aan het hiervoor bepaalde niet voldoet de zaak met toepassing van artikel 22 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal worden afgedaan.
Beslissing
(de vader)
(de moeder)
gezag, de omgangs- c.q. zorgregeling, de informatieregeling en de proceskostenaan tot
15 juli 2026 pro forma.