ECLI:NL:RBDHA:2026:2534

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/09/676440 / FA RK 24-8557
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorverwijzing ouderschapsbemiddeling met voorlopige zorg- en informatieregeling

De rechtbank Den Haag behandelde op 12 januari 2026 een verzoek van de vader om gezamenlijk gezag en een omgangs- c.q. zorgregeling met betrekking tot hun minderjarige kind, geboren in 2017. De moeder heeft het eenhoofdig gezag. De vader is erkend als ouder en beide partijen willen contact tussen vader en kind, maar konden geen concrete afspraken maken.

De rechtbank constateerde dat de communicatie tussen ouders verbeterd moet worden en verwees hen door naar een ouderschapsbemiddelingstraject via het Kenniscentrum Kind en Scheiding. De ouders spraken hun bereidheid uit om hieraan deel te nemen. De rechtbank legde een voorlopige omgangsregeling vast waarbij de vader het kind vanaf januari wekelijks op zaterdag van 12.00 tot 16.00 uur ziet.

Daarnaast is een informatieregeling vastgesteld waarbij de moeder de vader eenmaal per twee maanden via WhatsApp informeert over de ontwikkeling en het welzijn van het kind. De definitieve beslissingen over gezag en zorgregeling worden aangehouden tot 15 juli 2026, afhankelijk van het resultaat van het bemiddelingstraject. De Raad voor de Kinderbescherming is betrokken bij de monitoring en eventuele vervolgonderzoeken.

Uitkomst: De rechtbank verwijst ouders door naar ouderschapsbemiddeling en legt een voorlopige omgangs- en informatieregeling vast, met aanhouding van definitieve beslissingen tot 15 juli 2026.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8557
Zaaknummer: C/09/676440
Datum beschikking: 12 januari 2026

Gezag, omgangs- c.q. zorgregeling en informatieregeling

Beschikking op het 25 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.V. Garib te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Krommendijk te Zoetermeer,

Procedure

Bij beschikking van 25 maart 2025 van deze rechtbank is aan de man vervangende toestemming verleend om de minderjarige [de minderjarige] te erkennen en is een beslissing ter zake van de het gezag en de omgangs- c.q. zorgregeling aangehouden.
Bij bericht van 2 juli 2025 heeft de man de geboorteakte met de latere vermelding van erkenning van [de minderjarige] overgelegd. De man zal hierna worden aangeduid als de vader.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder ook:
  • het verweerschrift van de moeder;
  • het F9-formulier van 2 december 2025 van de moeder, met bijlage.
De minderjarige [de minderjarige] is uitgenodigd om zich uit te laten over het verzoek. [de minderjarige] is niet gekomen voor het gesprek en heeft ook niet op een andere manier haar mening kenbaar gemaakt.
Op 8 december 2025 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door mr. S. Kocak als waarnemend advocaat,
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .
  • [de minderjarige] is door de vader erkend.
  • De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] .

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Doorverwijzing ouderschapsbemiddeling
De vader heeft verzocht om gezamenlijk met de moeder met het gezag over [de minderjarige] te worden belast. Daarnaast heeft hij verzocht om een omgangs- c.q. zorgregeling vast te stellen. Op de zitting is gebleken dat partijen beiden willen dat de vader en [de minderjarige] contact met elkaar hebben, maar dat het nog niet gelukt is om hier samen concrete afspraken over te maken. Er is begin van dit jaar contact geweest tussen de vader en [de minderjarige] , maar volgens de moeder kwam de vader deze afspraken op den duur niet meer na. De vader geeft aan dat hij dit vanwege zijn werk toen af en toe niet kon, maar dat hij inmiddels op een vaste dag in het weekend beschikbaar is. Beide partijen zijn het erover eens dat de onderlinge communicatie tussen de ouders verbeterd moet worden, in het belang van [de minderjarige] .
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling met het oog op verbetering van de onderlinge communicatie en het maken van afspraken. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.
Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. De griffier van de rechtbank stuurt binnen één week na ontvangst van deze rapportage een afschrift van de beschikking en van de voor de beoordeling relevante processtukken aan de Raad. Aan de hand hiervan zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de stukken de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
Voorlopige zorgregeling
De ouders zijn op de zitting overeengekomen dat de vader en [de minderjarige] in december eenmaal in de twee weken en vanaf januari iedere week op zaterdag van 12.00 uur tot 16.00 uur contact met elkaar zullen hebben. De ouders hebben afgesproken dat de vader [de minderjarige] ophaalt en terugbrengt. In december zien zij elkaar op zaterdag 13 en zaterdag 27 december. Ook hebben partijen afgesproken dat de vader [de minderjarige] ziet op tweede kerstdag van 12.00 uur tot 16.00 uur. De rechtbank zal deze afspraken als voorlopige regeling vastleggen. Het is belangrijk dat ouders deze regeling nakomen. Bij het ouderschapsbemiddelingstraject kunnen de ouders hier nadere afspraken over maken en verdere uitvoering geven aan de (voorlopige) zorgregeling. De rechtbank zal de verzoeken van de vader ten aanzien van de definitieve omgangs- c.q. zorgregeling en zijn verzoek tot gezamenlijk gezag in afwachting van de uitkomsten van het ouderschapsbemiddelingstraject
pro forma aanhouden voor zes maanden tot 15 juli 2025.
Informatieregeling
Partijen zijn op de zitting overeengekomen dat de moeder de vader eenmaal per twee maanden informeert over [de minderjarige] via WhatsApp. De rechtbank zal ook deze afspraak vastleggen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats]
voorlopigbij de vader zal zijn:
  • op zaterdag 13, vrijdag 26 en zaterdag 27 december 2025 van 12.00 uur tot 16.00 uur;
  • vanaf januari 2026 iedere zaterdag van 12.00 uur tot 16.00 uur;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] ,
(de vader)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder] ,
(de moeder)
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
bepaalt dat partijen de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren omtrent het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad voor de Kinderbescherming stuurt;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
*
bepaalt dat de moeder met ingang van heden de vader eenmaal per twee maanden schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] via WhatsApp;
*
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en het gezag aan tot
15 juli 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2026.