ECLI:NL:RBDHA:2026:2600
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak
De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag behandelde op 11 februari 2026 het wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen mr. D. Nobel, rechter in de hoofdzaak tussen een stichting en verzoeker. Het verzoek tot wraking werd ingediend op 25 januari 2026, nadat op 9 oktober 2025 de einduitspraak in de hoofdzaak was gedaan.
De wrakingskamer oordeelde dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat de einduitspraak in de zaak is gewezen. Hierdoor kon het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats, omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was.
De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en beval toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat einduitspraak in hoofdzaak reeds is gedaan.